Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Steenwijkerland(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, eigenaar van een garage met werkplaats, showroom, opslagruimte en kantine, betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €267.000 per 1 januari 2016. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de zitting was de heffingsambtenaar niet aanwezig, ondanks tijdige uitnodiging. Het Hof besloot de mondelinge behandeling door te laten gaan. De heffingsambtenaar baseerde zijn waarde op een taxatierapport met een kapitalisatiefactor van 9,97 en een kavelgrootte van 2.500 m2, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €202.000 verdedigde met een kapitalisatiefactor van 7,6 en een kavelgrootte van 2.210 m2.
Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar zijn waarde onvoldoende had onderbouwd, met name vanwege het ontbreken van een verklaring voor de gehanteerde kapitalisatiefactoren en kavelgrootte. Belanghebbende had haar berekening ook onvoldoende onderbouwd. Gezien het ontbreken van aannemelijkheid bij beide partijen stelde het Hof de waarde in goede justitie vast op €230.000.
Het Hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de eerdere uitspraken en verlaagde de WOZ-waarde en de aanslag OZB dienovereenkomstig. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van in totaal €2.793,30 aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op €230.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.