Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
- een rapport forensisch psychologisch onderzoek van 25 maart 2020;
- een brief van de GI van 28 april 2020, en
- een brief van de raad van 29 april 2020.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland waarin het gezag over haar minderjarige kind werd beëindigd. Het hof heeft een forensisch psychologisch onderzoek laten verrichten dat concludeerde dat er geen sprake is van reactieve hechtingsstoornis bij het kind, maar wel van gedragsproblemen en traumatische ervaringen. De situatie bij de moeder wordt niet langer als onveilig beschouwd.
De onderzoeker adviseert een geleidelijke terugplaatsing van de minderjarige naar de moeder en stelt dat het gezag bij de moeder moet blijven. De Raad voor de Kinderbescherming onderschrijft dit advies en concludeert dat niet wordt voldaan aan de gronden voor gezagsbeëindiging zoals bedoeld in artikel 1:266 BW Pro.
Het hof neemt het advies over en constateert dat ook de gecertificeerde instelling een plan maakt voor terugplaatsing. De gronden voor beëindiging van het gezag zijn niet aanwezig, waardoor het hof de bestreden beschikking vernietigt en het verzoek tot beëindiging van het gezag afwijst.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder af en vernietigt de beschikking van de rechtbank.