ECLI:NL:GHARL:2020:766
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling wanprestatie en schadevergoeding bij tussentijdse beëindiging huurovereenkomst winkelruimte
Appellant sloot op 5 december 2013 een huurovereenkomst voor een nog te realiseren winkelruimte in Soest met Vastgoed Rietveld. De winkelruimte werd pas op 5 juni 2015 opgeleverd, later dan de streefdatum 1 juli 2014. Appellant begon niet met exploitatie, betaalde geen huur, en ruimde de winkel grotendeels op in december 2015.
Vastgoed Rietveld startte een kortgeding en verkreeg een vonnis tot ontruiming en betaling van achterstallige huur. In eerste aanleg vorderde appellant schadevergoeding wegens te late oplevering, terwijl Vastgoed Rietveld betaling van huur en herstelkosten eiste. De kantonrechter wees de schadevergoeding af en veroordeelde appellant tot betaling van huur en kosten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat Vastgoed Rietveld tekort was geschoten en dat de huurbetaling onredelijk was. Het hof oordeelde dat de ingangsdatum een streefdatum was, Vastgoed Rietveld niet in verzuim was gesteld, en appellant geen schade had onderbouwd. Ook was appellant tekortgeschoten in zijn verplichtingen. De grieven faalden en het vonnis werd bekrachtigd, waarbij appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Vastgoed Rietveld niet tekort is geschoten en veroordeelt appellant tot betaling van huur en kosten.