ECLI:NL:GHARL:2020:7531

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 september 2020
Publicatiedatum
22 september 2020
Zaaknummer
21-001273-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens overlijden verdachte in hoger beroep

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld dat was ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland. Tijdens de terechtzitting op 7 september 2020 heeft het hof vastgesteld dat verdachte op 9 maart 2020 is overleden.

Door het overlijden van verdachte vervalt het recht van het openbaar ministerie tot strafvordering. Dit betekent dat het openbaar ministerie niet langer bevoegd is om de strafzaak voort te zetten. Op grond hiervan heeft het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte.

Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht door het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer voor strafzaken en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 7 september 2020.

De zaak betreft een procedurele beslissing waarbij het overlijden van verdachte centraal staat en de gevolgen daarvan voor de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep. De uitspraak betekent dat de strafzaak tegen de overleden verdachte niet verder kan worden voortgezet.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden van verdachte.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001273-20
Uitspraak d.d.: 7 september 2020
VERSTEK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 25 februari 2020 met parketnummer 18-720219-19 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 21-005723-18, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
in leven wonende te [postcode] , [woonadres] [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 september 2020.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Nu het hof gebleken is dat verdachte is overleden op 9 maart 2020, is het recht van het openbaar ministerie tot strafvordering vervallen. Derhalve dient het openbaar ministerie in de vervolging van verdachte niet-ontvankelijk te worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Aldus gewezen door
mr. W. Foppen, voorzitter,
mr. L.J. Bosch en mr. R.R.H. Laurens, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.G. Veenstra, griffier,
en op 7 september 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. R.R.H. Laurens is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.