ECLI:NL:GHARL:2020:7501

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 september 2020
Publicatiedatum
22 september 2020
Zaaknummer
21-004018-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a OpiumwetArt. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van aanwezigheid cocaïne, hashish en door misdrijf verkregen iPad

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, waarin hij was veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf voor het bezit van cocaïne, hashish en het hebben van een iPad waarvan hij wist dat deze door misdrijf was verkregen.

Tijdens het onderzoek op de terechtzitting heeft het hof vastgesteld dat het politieonderzoek meerdere relevante vragen onbeantwoord heeft gelaten. Zo was onduidelijk of de aangetroffen koffiemolen met cocaïnesporen in de woning van de ouders van verdachte verband hield met de lege doos van een koffiemolen in zijn eigen woning. Daarnaast ontbrak concrete informatie over de aanwezigheid van verdachte in de slaapkamer van zijn ouders waar de drugs en iPad werden gevonden.

Gezien deze onduidelijkheden en het ontbreken van overtuigend wettig bewijs, heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Tevens gelast het hof de teruggave van de inbeslaggenomen iPad aan de rechthebbende en behoudt het de bewaring van andere inbeslaggenomen voorwerpen.

Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldig en volledig politieonderzoek en het vereiste van overtuigend bewijs voor een veroordeling in strafzaken.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het bezit van cocaïne, hashish en een door misdrijf verkregen iPad.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004018-17
Uitspraak d.d.: 21 september 2020
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 19 juli 2017 met parketnummer 16-700143-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 september 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf van tien maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast vordert de advocaat-generaal dat de in beslag genomen voorwerpen, te weten een cijferslotkluis en een geldbedrag van € 29.828,15 verbeurd worden verklaard. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. A.C. Vingerling, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is bij voornoemd vonnis, ter zake van het onder 1,2 en 3 tenlastegelegde, veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek van voorarrest, met beslissing over de inbeslaggenomen voorwerpen als weergegeven in het vonnis waarvan beroep.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 29 juli 2016 in de [naam gemeente] opzettelijk aanwezig heeft gehad in totaal 1213 gram, in elk geval één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2.
hij op of omstreeks 29 juli 2016 te [plaatsnaam] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 394,53 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram, van een materiaal bevattende een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hashish), zijnde hashish een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.
3.
hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2013 tot en met 29 juli 2016 in de [naam gemeente] , in elk geval in Nederland, een iPad (met [serienummer] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde iPad wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Het hof overweegt dat het politieonderzoek, zoals daarvan blijkt uit het dossier, meerdere in het kader van de tenlastelegging relevant te achten vragen onbeantwoord heeft gelaten. Zo is bijvoorbeeld onvoldoende duidelijk of de op de plaats delict (slaapkamer in de woning van de ouders van verdachte en alwaar verdachte in het verleden sliep) aangetroffen Tomado-koffiemolen met sporen van cocaïne in verband staat met een lege doos van een Tomado-koffiemolen (met aankoopbon) die is aangetroffen naast het bed van verdachte in zijn woning aan de [adres] te [plaatsnaam] . Het hof neemt hierbij in aanmerking dat uit de kennisgeving van inbeslagneming (pagina 79 van het procesdossier) blijkt dat in de woning van verdachte aan de [adres] ook een koffiemolen op de wasmachine in de keuken is aangetroffen. Uit het dossier blijkt niet of déze koffiemolen ook bij de betreffende lege doos zou kunnen behoren, nu een specificatie (merknaam / type) van deze aangetroffen koffiemolen niet is opgenomen in de kennisgeving van inbeslagneming en deze gegevens ook overigens niet uit het dossier blijken.
Daarnaast ontbreekt in het politieonderzoek concrete en specifieke informatie over de aanwezigheid van verdachte in de woning van zijn ouders – en in het bijzonder in de slaapkamer waar de goederen beschreven in de feiten 1, 2 en 3 in de tenlastelegging zijn aangetroffen – in de periode kort voorafgaand aan de tenlastegelegde pleegdatum 29 juli 2016. De betrokkenheid van verdachte bij deze goederen (de cocaïne, de hashish en de iPad) is dan ook onvoldoende komen vast te staan.

Beslag

Het hof gelast de teruggave aan [naam] van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven, iPad met serienummer: [serienummer] .
Het hof gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een cijferslotkluis;
- totaal geldbedrag: € 29.801,15.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gelast de
teruggaveaan [naam] van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- iPad met serienummer: [serienummer] .
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbendevan de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een cijferslotkluis;
- totaal geldbedrag: € 29.801,15.
Aldus gewezen door
mr. W. Foppen, voorzitter,
mr. L.J. Bosch en mr. R.R.H. Laurens, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.G. Veenstra, griffier,
en op 21 september 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. R.R.H. Laurens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.