ECLI:NL:GHARL:2020:7468
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.M.C. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging ondanks herstelmogelijkheid
In deze zaak ging het hoger beroep over de niet-ontvankelijkverklaring van een beroepschrift wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging van de gemachtigde namens de betrokkene. De kantonrechter had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de machtiging ontbrak en het verzuim niet was hersteld.
De gemachtigde stelde dat hij niet voldoende was gewezen op de gevolgen van het niet tijdig herstellen van het verzuim, hoewel hij wel bij brief was geïnformeerd. Het hof overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) slechts eenmaal een redelijke termijn voor herstel van het verzuim hoeft te worden geboden en dat geen recht bestaat op verlenging daarvan. Het feit dat tijdens de zitting niet expliciet op de gevolgen werd gewezen, maakt de niet-ontvankelijkverklaring niet onjuist.
Het hof concludeerde dat de kantonrechter terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Daarmee werd de beslissing van de kantonrechter bevestigd.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een deugdelijke machtiging ondanks geboden herstelmogelijkheid.