Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld betreffende de beëindiging van het gezamenlijk gezag over minderjarige kinderen na ontbinding van het huwelijk van de ouders.
De vader kampte tijdens het huwelijk met verslavingsproblemen en er was sprake van huiselijk geweld, hetgeen het vertrouwen van de moeder in hem ernstig aantastte. Sinds maart 2020 heeft de vader zijn kinderen niet meer gezien, mede door het coronavirus en het ontbreken van directe communicatie tussen de ouders, die uitsluitend via advocaten verloopt.
De minderjarige kinderen gaven aan dat ouderschapsbemiddeling op dit moment niet mogelijk is vanwege het ontbreken van communicatie en de noodzaak eerst duidelijkheid te krijgen over de behandeling van een van de kinderen met een hechtingsstoornis en ADHD. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde beëindiging van het gezamenlijk gezag.
Het hof oordeelde dat het belang van de kinderen vereist dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd, mede omdat de vader onvoldoende openheid geeft over zijn situatie en de spanningen tussen de ouders een normale communicatie over de kinderen belemmeren. De beschikking van de rechtbank Midden-Nederland werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag over de kinderen wordt beëindigd vanwege het ontbreken van communicatie en het belang van het kind.