ECLI:NL:GHARL:2020:6987
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen administratieve sanctie claxonneren in fietsstraat
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die zijn beroep tegen een administratieve sanctie wegens onnodig claxonneren ongegrond verklaarde. De kantonrechter had de zaak inhoudelijk behandeld terwijl de betrokkene was meegedeeld dat zijn beroep te laat was ingediend en dat er geen inhoudelijke behandeling zou plaatsvinden, waardoor zijn recht op mondelinge toelichting werd geschonden.
Het hof constateerde dat de betrokkene niet op de zitting verscheen vanwege de mededeling over de termijnoverschrijding, maar dat de kantonrechter het beroep toch inhoudelijk behandelde. Dit was in strijd met artikel 12, eerste lid, van de Wahv, dat vereist dat partijen in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze mondeling toe te lichten.
Het hof beoordeelde vervolgens het beroep zelf op basis van de stukken. De sanctie was opgelegd omdat de betrokkene op een fietsstraat onnodig had geclaxonneerd. De betrokkene voerde aan dat hij claxonneerde om een gevaarlijke situatie te voorkomen, maar het hof oordeelde dat dit niet het geval was en dat het claxonneren niet noodzakelijk was.
Verder overwoog het hof dat het niet staande houden van de betrokkene door de ambtenaar gerechtvaardigd was omdat deze te voet was en de betrokkene doorreed. De sanctie kon daarom terecht aan de kentekenhouder worden opgelegd. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en vernietigde de beslissing van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep tegen de administratieve sanctie wegens onnodig claxonneren ongegrond en vernietigt de beslissing van de kantonrechter.