ECLI:NL:GHARL:2020:6963

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 september 2020
Publicatiedatum
4 september 2020
Zaaknummer
Wahv 200.233.927/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 AwbArtikel 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking rijden door rood wegens onvoldoende geeltijd

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het niet stoppen voor rood licht op 15 augustus 2017 op de N9 Heilooër Tolweg in Alkmaar. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. In hoger beroep stelde de gemachtigde dat de beslissing vernietigd moest worden wegens schending van de hoorplicht en het ontbreken van rechtsgeldige bewijsstukken, met name omdat de geeltijd niet bekend was.

Het hof stelde vast dat de officier van justitie ten onrechte van het horen was afgezien, waardoor de hoorplicht was geschonden. Daarnaast kon niet worden vastgesteld dat de geeltijd lang genoeg was om veilig te stoppen, waardoor het verweer dat de gedraging niet verwijtbaar was, slaagde. Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking, en bepaalde dat het tot zekerheid gestelde door de betrokkene wordt gerestitueerd.

Ten slotte veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, vastgesteld op € 787,50. Het arrest werd op 4 september 2020 uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De sanctiebeschikking voor rijden door rood wordt vernietigd wegens onvoldoende geeltijd en schending van de hoorplicht, met toekenning van proceskostenvergoeding aan de betrokkene.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.233.927/01
CJIB-nummer
: 210238063
Uitspraak d.d.
: 4 september 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 9 februari 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene heeft in hoger beroep onder meer aangevoerd dat de beslissing van de officier van justitie moet worden vernietigd, omdat de hoorplicht is geschonden.
2. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in het administratief beroepschrift heeft verzocht om te worden gehoord. Geen van de andere uitzonderingssituaties van artikel 7:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht doen zich hier voor. In het licht van bestendige, bekende en niet nader te bespreken vaste rechtspraak van het hof op dit punt, heeft de officier van justitie ten onrechte van het horen afgezien.
3. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen en, doende hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en die beslissing vernietigen. De overige bezwaren tegen die beslissingen behoeven geen bespreking meer.
4. Ter beoordeling van het hof staat vervolgens het beroep tegen de inleidende beschikking, waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “Niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 augustus 2017 om 12:41 uur op de N9 Heilooër Tolweg in Alkmaar met het voertuig met kenteken [00-YY-YY] .
5. De gemachtigde voert aan dat het zaakoverzicht niet te gelden heeft als een ambtsedige verklaring. Nu er in deze zaak geen rechtsgeldige bewijsstukken aanwezig zijn, althans geen stukken waaraan de betekenis kan worden toegekend die aan een ambtsedige verklaring kan worden toegekend, had de inleidende beschikking niet, althans niet met de gegeven motivering in stand mogen blijven. Verder is gebleken dat indien en voor zover vaststaat dat het rode licht daadwerkelijk is gepasseerd – stoppen niet meer mogelijk was. De gedraging is dus – indien überhaupt verricht – niet verwijtbaar begaan. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de relatief (te) korte geeltijd.
6. Gelet op vaste jurisprudentie (onder meer het arrest van het hof van 4 april 2017, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2017:2855) staat het ontbreken van een ambtsedige verklaring niet aan oplegging van een sanctie in de weg. De gegevens in het zaakoverzicht en de foto’s in het dossier zijn toereikend voor de vaststelling dat de gedraging is verricht.
7. Met betrekking tot het verweer dat de gedraging niet verwijtbaar is verricht, overweegt het hof dat zich bij de stukken van het geding een zaakoverzicht bevindt. Hierin wordt voor wat betreft de duur van de geeltijd verwezen naar hetgeen op de foto's is vermeld. In het dossier bevinden zich ook twee foto's van de gedraging, maar de gegevens die daaronder zijn opgenomen bevatten geen informatie over de duur van de geeltijd. Derhalve kan niet worden geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat in dit geval de geeltijd onvoldoende lang is geweest om daarbinnen een voertuig veilig tot stilstand te brengen. Het verweer treft doel. Het hof zal de inleidende beschikking daarom vernietigen en bepalen dat het tot zekerheid gestelde moet worden gerestitueerd.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift aan de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 787,50.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 787,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.