Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellante] ,
[appellant]en
[appellante],
[appellanten] c.s.,
Kamminga & Partners,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.Te benoemen deskundige
3.Aan de deskundige te stellen vragen
4.Voorschot
- € 385.000,- in mei/juni 2010,
- € 370.000,- in december 2011,
- € 335.000,- in december 2012,
- € 335.000,- in juni 2013.
- de woning [a-straat] feitelijk door derden werd gebruikt (huur), maar verondersteld werd dat bij een verkoop de woning op korte termijn leeg en ontruimd zou kunnen worden opgeleverd?
- de staat van onderhoud - ten gevolge van het gebruik door derden en het niet, althans onvoldoende uitvoeren van regulier onderhoud - ten opzichte van mei/juni 2010 minder was?
- tot welke onderhandse verkoopwaarde had Kamminga & Partners toen volgens u in redelijkheid (maximaal) kunnen komen? Kunt u die onderhandse verkoopwaarde onderbouwen?
- welke vraagprijs zou toen volgens u naar verwachting zijn bepaald gelet op de vraagprijzen die in overleg met [appellanten] c.s. na de door Kamminga & Partners uitgebrachte waardebepalingen werden gehanteerd?
- zou naar uw verwachting de woning toen, gelet op de vastgoedcrises en de door Kamminga & Partners gestelde krimpende markt voor het segment waartoe de woning [a-straat] behoort, bij die vraagprijs zijn verkocht en zo ja, op welke termijn?
mr. D.H. de Witte, die hierbij wordt benoemd tot raadsheer-commissaris;