Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vrouw en de man zijn in 2016 getrouwd en in 2019 vroeg de vrouw de rechtbank om echtscheiding en partneralimentatie van € 1.750 per maand toe te kennen. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en wees het alimentatieverzoek af. De vrouw ging in hoger beroep omdat zij meent dat de rechtbank ten onrechte haar behoefte en de draagkracht van de man niet goed heeft beoordeeld.
Het hof onderzocht de behoefte van de vrouw aan de hand van een overzicht van haar maandelijkse uitgaven en stelde deze vast op € 1.521,89. De man betwistte dit bedrag en stelde dat alleen de aantoonbare kosten meetellen, maar het hof vond de overige kosten redelijk en relevant. De man voerde aan dat de behoefte naar Turkse maatstaven moest worden beoordeeld, maar dat werd verworpen vanwege de woonplaats Nederland en de wettelijke alimentatieverplichting.
De vrouw ontving een uitkering en stelde dat zij niet kon werken, maar zij leverde geen bewijs van vrijstelling of arbeidsongeschiktheid. Het hof concludeerde dat zij onvoldoende heeft aangetoond waarom zij niet zelf in haar behoefte kan voorzien. Daarom hoeft het hof de draagkracht van de man niet te beoordelen en bekrachtigt het de eerdere afwijzing van partneralimentatie.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek om partneralimentatie af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.