ECLI:NL:GHARL:2020:6592
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie voor rijden op voetgangersgebied gelijkgesteld aan voetpad
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd wegens het rijden als snorfietser op een voetgangersgebied, wat volgens het hof gelijkgesteld wordt aan een voetpad in de zin van artikel 10 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De betrokkene voerde aan dat de situatie ter plaatse onduidelijk was vanwege tegenstrijdige bebording, waaronder fietssymbolen op het wegdek en een G7-bord dat een voetgangersgebied aanduidt.
Het hof oordeelde dat een voetgangersgebied in beginsel alleen toegankelijk is voor voetgangers en daarom als voetpad kan worden aangemerkt. De betrokkene had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de situatie zo onduidelijk was dat hem geen verwijt kon worden gemaakt. Het verweer over het ontbreken van een ambtsedige verklaring liet het hof onbesproken omdat dit verweer reeds eerder en herhaaldelijk was verworpen.
Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter die het beroep van de betrokkene tegen de sanctie ongegrond verklaarde en de sanctie van €95,- handhaafde. Tevens wees het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door mr. Wijma in aanwezigheid van mr. Wijmenga als griffier.
Uitkomst: De sanctie van €95,- voor het rijden op het voetgangersgebied wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.