ECLI:NL:GHARL:2020:6363
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- W.M. van Schuijlenburg
- M.C. Fuhler
- L.J. Hofstra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring officier van justitie wegens weigering medewerking horen CIE-informanten
In deze strafzaak ging het om de niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie door de rechtbank Noord-Nederland omdat deze weigerde medewerking te verlenen aan het horen van CIE-informanten. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat het horen van deze informanten niet noodzakelijk was. De rechtbank verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk, waarna hoger beroep werd ingesteld.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de rechtbank onjuist had gehandeld door direct de CIE-informanten te willen horen zonder eerst de informatierechercheurs, runners of het hoofd van de afdeling TCI te horen. Het hof stelde vast dat de officier van justitie de CIE-coördinator had beïnvloed om zijn verklaring aan te passen, wat een grove schending van de procesorde is, maar dat dit niet leidde tot een onherstelbare schending van het recht op een eerlijk proces.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug naar dezelfde rechtbank voor een nieuwe inhoudelijke behandeling met inachtneming van het arrest. Tevens werd vastgesteld dat de overschrijding van de redelijke termijn in deze complexe zaak geen reden was voor niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
Het arrest benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij het horen van informanten en de noodzaak om eerst andere betrokken functionarissen te horen alvorens over te gaan tot het horen van de informanten zelf.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.