ECLI:NL:GHARL:2020:6250
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak ondanks verwijtbaar handelen politiefunctionaris
Verzoekster, een politiefunctionaris, werd in een strafzaak vrijgesproken door het hof op 5 juni 2019. Hoewel het hof in dat arrest haar handelen als verwijtbaar hoogst onvoorzichtig kwalificeerde, oordeelde het dat dit niet neerkwam op een strafrechtelijk verwijt. De strafzaak eindigde zonder strafoplegging.
Verzoekster vroeg vergoeding van de kosten van rechtsbijstand, die door haar werkgever, de Politie Eenheid Noord-Nederland, waren voldaan. De advocaat-generaal adviseerde afwijzing van het verzoek, maar het hof overwoog dat de onschuldpresumptie geldt en dat geen doorslaggevende feiten aanwezig waren die daarvan afwijken.
Het hof benadrukte dat de verwijtbaarheid van het handelen niet gelijkstaat aan schuld in strafrechtelijke zin en dat verschillende inzichten over het handelen bestonden. Daarom achtte het hof gronden van billijkheid aanwezig om vergoeding toe te kennen, inclusief een bedrag voor de kosten van het verzoek.
De vergoeding van € 45.100,02 wordt ten laste van de Staat toegekend en uitbetaald aan de advocaat van verzoekster. Hiermee wordt erkend dat ondanks de verwijtbaarheid geen strafrechtelijke schuld is vastgesteld en dat verzoekster niet zelf opdraait voor de kosten van haar verdediging.
Uitkomst: Verzoekster krijgt vergoeding van € 45.100,02 voor kosten rechtsbijstand toegekend ondanks verwijtbaar handelen.