ECLI:NL:GHARL:2020:6177

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 augustus 2020
Publicatiedatum
4 augustus 2020
Zaaknummer
200.280.594
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62b Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing hoger beroep naar gerechtshof Amsterdam wegens betrokkenheid rechter-plaatsvervanger

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 4 augustus 2020 besloten om een hoger beroepsprocedure te verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam. Dit besluit volgt op de constatering dat in de bestreden beschikking van de rechtbank Overijssel een raadsheer-plaatsvervanger van het hof als vereffenaar in enkele nalatenschappen was benoemd.

Vanwege deze betrokkenheid acht het hof het wenselijk dat een ander gerechtshof de zaak behandelt, conform artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie. Het gerechtshof Amsterdam is aangewezen voor deze behandeling volgens het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uit 2014.

De procedure in eerste aanleg werd gevoerd bij de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, en het hoger beroep werd ingeleid met een beroepschrift ontvangen op 22 juni 2020. De beschikking tot verwijzing is in het openbaar uitgesproken door de drie genoemde rechters in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling wegens betrokkenheid van een raadsheer-plaatsvervanger.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.280.594.
(zaaknummers rechtbank Overijssel 241640 en 241641)
beschikking van 4 augustus 2020
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [A] ,
verzoeker in hoger beroep,
advocaat: mr. W.F.A. Zwart-Peters te Deventer,
en

1.[verweerster] ,

wonende te [B] ,
2.
[verweerder],
wonende te [C] ,
verweerders in hoger beroep,

1.De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 23 maart 2020, uitgesproken onder voormelde zaaknummers. Die beschikking wordt hierna genoemd: de bestreden beschikking.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 22 juni 2020.

3.De beoordeling

3.1
In de bestreden beschikking heeft de rechtbank [mr. X] als vereffenaar in enkele nalatenschappen benoemd. [mr. X] is raadsheer-plaatsvervanger bij dit hof.
3.2
Het hof heeft op deze wijze betrokkenheid bij de zaak en behandeling van die zaak door een ander gerechtshof is daardoor gewenst. Het hof zal daarom op grond van
artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie de zaak voor verdere behandeling verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam. Dat hof is voor dit doel aangewezen in het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd in
Staatscourant2014 nr. 11037.

4.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, H. Wammes en C.J.H.G. Bronzwaer en is op 4 augustus 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.