In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. Betrokkene was eerder veroordeeld voor handel in harddrugs en het hof heeft vastgesteld dat hij financieel voordeel heeft genoten uit het bewezenverklaarde handelen.
Het hof baseert de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een uitgebreid rapport van de politie, waarin het voordeel werd berekend op basis van historische verkeersgegevens van vier telefoonnummers die met de drugshandel in verband staan. Het hof acht de verklaring van betrokkene over zijn aandeel en het verkregen voordeel niet betrouwbaar en volgt daarom de berekening uit het rapport.
De totale netto winst uit de drugshandel wordt geschat op €98.400 over een periode van 148 dagen. Omdat het samenwerkingsverband uit meerdere personen bestaat, wordt betrokkene 25% van dit bedrag toegerekend, zijnde €24.600. Het hof legt aan betrokkene de verplichting op om dit bedrag aan de Staat te betalen.
Daarnaast bepaalt het hof de duur van de gijzeling die kan worden gevorderd op maximaal 984 dagen, gebaseerd op de hoogte van het ontnomen bedrag en de wettelijke regeling dat voor elke volle €25 één dag gijzeling kan worden gevorderd, met een maximum van drie jaar.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en doet opnieuw recht met deze vaststellingen en oplegging.