ECLI:NL:GHARL:2020:6043

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 juli 2020
Publicatiedatum
29 juli 2020
Zaaknummer
Wahv 200.263.725
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1.1 Regeling voertuigenArt. 5.8.45 Regeling voertuigenWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor ontbreken linkerbuitenspiegel op landbouwtrekker zonder cabine

De betrokkene werd gesanctioneerd met een boete van €140 voor het rijden met een landbouwtrekker die niet was voorzien van een linkerbuitenspiegel, een vereiste volgens de Regeling voertuigen. Hij voerde aan dat deze verplichting niet voor zijn trekker zonder cabine gold, omdat de wetgever sprak over 'linkerbuitenspiegel' buiten de cabine.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en het gerechtshof bevestigde deze beslissing. Het hof oordeelde dat de Regeling voertuigen geen onderscheid maakt tussen trekkers met of zonder cabine en dat de betrokkene dus verplicht was een linkerbuitenspiegel te voeren.

Verder vond het hof geen reden om de sanctie te matigen, ondanks het argument van langzaam rijdend verkeer en gering snelheidsverschil. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de boete gehandhaafd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de boete van €140 voor het ontbreken van een linkerbuitenspiegel op de landbouwtrekker blijft gehandhaafd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.263.725/01
CJIB-nummer
: 218463367
Uitspraak d.d.
: 29 juli 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 27 mei 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl deze niet is voorzien van noodzakelijke spiegels die aan de eisen voldoen” (feitcode N450a). Deze gedraging zou zijn verricht op 10 juli 2018 om 17.21 uur op de Hoofdweg in Hellum.
2. De betrokkene ontkent niet dat zijn trekker niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel, maar hij stelt dat deze verplichtingseis niet geldt voor zijn voertuig. Hij voert hiertoe aan dat de wetgever heeft gekozen voor de term linker
buitenspiegel in plaats van linkerspiegel, waarbij ‘buiten’ slaat op ‘buiten de cabine’. Nu de trekker van de betrokkene niet beschikt over een cabine, is een linkerbuitenspiegel niet vereist. Hij verzoekt dan ook om tot vernietiging van de inleidende beschikking over te gaan. Subsidiair verzoekt de betrokkene om matiging van het sanctiebedrag wegens langzaam rijdend verkeer en een gering snelheidsverschil.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 5.1.1, eerste lid en onder c in samenhang met artikel 5.8.45 van de Regeling voertuigen (Rv). Artikel 5.1.1, eerste lid en onder c, Rv luidt:
“1. Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmee te rijden en de eigenaar of houder verboden daarmee te laten rijden, indien het voertuig:
(…)
c. niet voldoet aan de in de afdelingen 2 tot en met 17 van dit hoofdstuk ten aanzien van de bouw of inrichting van voertuigen van de categorie waartoe het voertuig behoort, gestelde eisen.”
4. Artikel 5.8.45 Rv houdt - voor zover hier relevant - in:
“1. Landbouw- of bosbouwtrekkers moeten zijn voorzien van een:
a. linkerbuitenspiegel;
b. rechterbuitenspiegel of camera-monitorsysteem, indien in gebruik genomen na 31 december 2018.
(…)”.
5. Deze bepalingen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 Rv, waarin de permanente eisen zijn beschreven voor het gebruik van voertuigen op de weg. Hieruit volgt dat landbouw- of bosbouwtrekkers moeten zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel. Hierbij is geen onderscheid gemaakt tussen landbouw- of bosbouwtrekkers met of zonder cabine. Het verweer van de betrokkene treft geen doel. Nu de betrokkene niet heeft voldaan aan de bepalingen van de Regeling voertuigen, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
6. Naar het oordeel van het hof heeft de betrokkene geen omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven de sanctie te matigen. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.