Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2008 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2019 gescheiden. De vrouw betwist dat een bedrag van €19.127,01 dat door de vader van de man aan een aannemer is betaald een lening betreft; zij stelt dat het een schenking is. De man voert aan dat het om een lening gaat, onderbouwd met een geldleningovereenkomst, en dat terugbetaling deels via hand- en spandiensten plaatsvindt.
Daarnaast is er geschil over de hypotheekrente: de vrouw wil niet meebetalen sinds haar vertrek uit de woning, terwijl de man dit wel verlangt. Het hof oordeelt dat de vrouw de helft van de hypotheekrente moet bijdragen tot overdracht van de woning. Ook is er discussie over notariskosten en boeterente bij het oversluiten van de hypotheek; het hof bepaalt dat de boeterente voor rekening van de man komt, terwijl overige kosten gezamenlijk worden gedragen.
Het hof kan nog niet beslissen over de aard van de lening en stelt de man in de gelegenheid nadere vragen te beantwoorden. Partijen worden aangemoedigd het geschil in der minne op te lossen. De beslissing over de hypotheekrente en notariskosten wordt bevestigd.
Uitkomst: Beslissing over lening blijft aangehouden; vrouw moet hypotheekrente betalen tot overdracht; boeterente komt voor rekening van man.