Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 23 juli 2020 het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 12 december 2019 bevestigd, waarbij verdachte is veroordeeld voor diefstal met geweld, afpersing en opzetheling tot een gevangenisstraf van 24 maanden.
In hoger beroep heeft het hof de bewijsvoering nader onderzocht en het alternatieve scenario van verdachte dat hij de ketting van de benadeelde partij had gekocht, verworpen als ongeloofwaardig. Het hof sloot zich aan bij de bewijsconstructie van de rechtbank en verwierp de verklaring van verdachte omtrent het gebruik van een telefoonnummer en geldtransacties als niet geloofwaardig en onvoldoende concreet.
Ten aanzien van het bezit van een gestolen auto heeft het hof op basis van getuigenverklaringen en gedragingen van verdachte vastgesteld dat hij de gestolen Peugeot Partner onder zich had en deze gebruikte bij de aankoop van een andere auto. Verdachte gaf geen plausibele verklaring voor dit gedrag. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn door het hof bevestigd en gedeeltelijk toegewezen, aangezien deze niet inhoudelijk zijn bestreden.
Het hof heeft de strafoplegging nader gemotiveerd en de toepasselijke wetsartikelen genoemd. De gevangenisstraf van 24 maanden blijft gehandhaafd met aftrek van voorarrest. Het arrest is uitgesproken door mr. L.J. Bosch, mr. J. Dolfing en mr. J.A.A.M. van Veen, waarbij laatstgenoemde niet medeondertekende.