ECLI:NL:GHARL:2020:569
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking wegens onjuiste oplegging aan kentekenhouder in plaats van bestuurder
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het parkeren op een invalidenparkeerplaats zonder geldige kaart. De sanctie werd aan de kentekenhouder opgelegd, terwijl de ambtenaar de bestuurder ter plaatse verbaal had aangesproken. Volgens artikel 5 van Pro de Wahv moet de sanctie aan de bestuurder worden opgelegd indien diens identiteit kan worden vastgesteld.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat het voertuig slechts kortstondig stil stond en dat de bestuurder in de auto zat, zodat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder werd opgelegd. Het hof oordeelde dat de ambtenaar de bestuurder had kunnen staande houden en diens identiteit had kunnen vaststellen, waardoor de sanctie niet aan de kentekenhouder had mogen worden opgelegd.
Het hof vernietigde daarom de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter die deze had bevestigd. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. De overige bezwaren werden niet behandeld omdat de hoofdgrond reeds tot vernietiging leidde.
Uitkomst: De sanctiebeschikking aan de kentekenhouder wordt vernietigd omdat de bestuurder ter plaatse is aangesproken, en de proceskosten worden aan de betrokkene vergoed.