Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn gehuwd in 2015 in Iran en hebben beiden de Iraanse nationaliteit. Na hun verblijf in Nederland is de echtscheiding uitgesproken door de rechtbank Midden-Nederland, waarbij de man een bedrag van €506.610,- aan de vrouw moet voldoen als equivalent van 600 Bahare-Azadi gouden munten, met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
De man verzoekt in hoger beroep de schorsing van de tenuitvoerlegging van deze beschikking. Het hof toetst dit verzoek aan de criteria van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de jurisprudentie van de Hoge Raad. Het uitgangspunt is dat een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is, ten uitvoer mag worden gelegd, tenzij het belang van de man zwaarder weegt.
Het hof stelt vast dat de man momenteel psychisch zwaar belast is, geen inkomen heeft en niet in staat is het bedrag te betalen. Hierdoor zou hij in een noodtoestand geraken bij tenuitvoerlegging. De vrouw erkent dat de man in Nederland geen financiële middelen heeft, maar stelt dat hij mogelijk in Iran wel geld heeft, hetgeen niet is onderbouwd. Het hof acht het belang van de man zwaarder en schorst de tenuitvoerlegging van de beschikking over de bruidsgave.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van de beschikking over de bruidsgave wordt geschorst wegens de financiële noodtoestand van de man.