ECLI:NL:GHARL:2020:5459
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.L. van der Bel
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- M.H.H.A. Moes
- Rechtspraak.nl
Verdeling woning en draagplicht restschuld na echtscheiding met huwelijkse voorwaarden
Partijen zijn in 1990 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. Tijdens het huwelijk kocht de man een woning waarvoor diverse hypotheken werden afgesloten, waaronder een beleggingshypotheek in 2002. Het huwelijk werd in 2008 ontbonden en de rechtbank bepaalde dat de vrouw binnen drie jaar uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek moest worden ontslagen.
De man bleef in de woning wonen en liet de vrouw niet uit de aansprakelijkheid ontslaan. In 2017 werd hij veroordeeld tot medewerking aan verkoop van de woning, die in 2019 voor €130.000 werd verkocht. De vrouw vorderde onder meer dat de man de woning ontruimt, de lasten betaalt en aansprakelijk is voor de restschuld.
De rechtbank oordeelde dat de man de woning moest verlaten, de lasten tot levering betalen en bij uitsluiting aansprakelijk is voor de restschuld. De man ging in hoger beroep tegen deze beslissingen. Het hof overwoog dat de man eigenaar en bewoner was tot levering en daarom de lasten moest dragen. De man faalde in het onderbouwen van zijn stellingen over de restschuld. Gelet op de huwelijkse voorwaarden en het gebruik van de lening achtte het hof het redelijk dat de man bij uitsluiting draagplichtig is voor de restschuld in de onderlinge verhouding.
Het hof bekrachtigde het vonnis, verbeterde het oordeel over de draagplicht en veroordeelde de man in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en stelt vast dat de man bij uitsluiting draagplichtig is voor de restschuld na verkoop van de woning.