Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning te [Z], waarvan de WOZ-waarde voor 2017 en 2018 door de heffingsambtenaar werd vastgesteld op respectievelijk €487.000 en €497.000. Belanghebbende betwist deze waarden en stelt lagere waarderingen voor, gebaseerd op eigen aankoopprijs en indexering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zitting op 18 juni 2020 werden partijen gehoord en taxatierapporten overgelegd die de waarderingen van de heffingsambtenaar onderbouwen met vergelijkingsobjecten.
Het hof oordeelt dat de gebruikte referentieobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar met zijn taxaties rekening heeft gehouden met bijzondere kenmerken zoals ligging aan een drukke weg en de aanwezigheid van een septic tank. De methode van indexering van de aankoopprijs wordt verworpen vanwege de afstand tot de waardepeildatum.
De grieven van belanghebbende worden ongegrond verklaard en de WOZ-waardebeschikkingen voor 2017 en 2018 worden bevestigd. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de WOZ-waardebeschikkingen voor 2017 en 2018 en verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond.