De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het parkeren buiten een parkeervak op 22 juni 2017 in Eindhoven. Hij voerde aan dat hij als medisch chauffeur piketdienst had en een vrijstelling bezat om zijn voertuig te parkeren waar nodig vanwege spoedritten.
Hoewel de betrokkene kon aantonen dat hij oproepbaar was en een vrijstelling had, was deze vrijstelling ten tijde van de overtreding ingetrokken en vervangen door een nieuwe beschikking die het gebruik van de vrijstelling beperkte tot werkzaamheden die zonder vrijstelling redelijkerwijs niet konden worden uitgevoerd.
Het hof oordeelde dat de betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het parkeren buiten het parkeervak noodzakelijk was om zijn werkzaamheden uit te voeren, aangezien hij 25 meter had moeten lopen van een reguliere parkeerplaats. Het feit dat het voertuig geen hinder veroorzaakte, was geen reden om de sanctie te matigen of achterwege te laten.
Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en handhaafde de opgelegde sanctie van €90. De procedure werd schriftelijk gevoerd, waarbij de betrokkene geen gebruik maakte van de mogelijkheid tot nadere toelichting.