Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
advocaat: mr. R.F.P. Scheele te Rotterdam,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kinderrechter van de rechtbank Midden-Nederland verleende een machtiging tot uithuisplaatsing van de toen nog ongeboren minderjarige met ingang van 7 mei 2020 tot 17 juli 2020. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing. Het hof ontving diverse stukken, waaronder het verzoekschrift van de moeder en verweer van de raad en Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (GI).
De feiten tonen aan dat de moeder bekend is met huiselijk geweld, psychiatrische problematiek en langdurige verslavingsproblematiek, waaronder cocaïne en GHB. De minderjarige is geheel afhankelijk van zijn opvoeders en is na de geboorte uit huis geplaatst bij zijn oma. De moeder heeft vier andere kinderen die eveneens onder toezicht staan en uit huis geplaatst zijn.
Het hof oordeelt dat de moeder niet in staat is zelfstandig voor de minderjarige te zorgen en dat diens veiligheid in de thuissituatie ernstig in gevaar zou komen. De moeder ontkent de zorgen, maar het dossier bevat concrete voorbeelden van middelengebruik en zorgmeldingen. De moeder heeft herhaaldelijk kansen gekregen om haar situatie te verbeteren, maar zonder blijvend succes.
De houding van de moeder wordt als zorgwekkend beoordeeld vanwege gebrek aan zelfinzicht, moeizame samenwerking met professionals en ontkenning van eigen aandeel. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kinderrechter en wijst het verzoek van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 17 juli 2020 en wijst het verzoek van de moeder af.