ECLI:NL:GHARL:2020:45

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 januari 2020
Publicatiedatum
6 januari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.232.879/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WahvArt. 6:22 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beslissing officier van justitie wegens onjuiste motivering en bevestiging snelheidsovertreding

De betrokkene maakte bezwaar tegen een sanctie opgelegd door de officier van justitie voor een snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom. De officier van justitie had het verzoek om rekening te houden met de financiële omstandigheden van de betrokkene afgewezen met de onjuiste stelling dat de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) dit niet toestaat.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af, waarbij hij oordeelde dat de betrokkene niet in zijn belangen was geschaad. Het hof stelde echter vast dat de officier van justitie wel degelijk bevoegd is om sancties te matigen op grond van omstandigheden zoals financiële situatie, en dat de betrokkene door de gebrekkige motivering benadeeld is.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de officier van justitie en de beslissing van de kantonrechter. Vervolgens beoordeelde het hof het beroep tegen de snelheidsovertreding zelf en concludeerde dat de overtreding voldoende is bewezen met behulp van het zaakoverzicht, foto's en een NMi-verklaring over het snelheidsmeetmiddel.

Het beroep tegen de snelheidsovertreding werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het arrest werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: Beslissing officier van justitie en kantonrechter vernietigd wegens onjuiste motivering; beroep tegen snelheidsovertreding ongegrond verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.232.879/01
CJIB-nummer
: 206469791
Uitspraak d.d.
: 6 januari 2019
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 19 januari 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de beslissing van de officier van justitie berust op een ondeugdelijke motivering. De officier van justitie heeft namelijk overwogen dat de Wahv er niet in voorziet om rekening te houden met de financiële omstandigheden van de betrokkene, terwijl de officier van justitie wel degelijk de bevoegdheid heeft om sancties te matigen op grond van de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert, waaronder de financiële omstandigheden. Dit gebrek kan niet met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden gepasseerd. De kantonrechter heeft dit miskend.
2. De beslissing van de officier van justitie is - voor zover relevant - als volgt gemotiveerd:
''U verzoekt ook om rekening te houden met uw financiële omstandigheden. De Wahv voorziet er niet in om hiermee rekening te houden. Uw verzoek wordt afgewezen.''
3. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de officier van justitie zijn beslissing onvoldoende dan wel onjuist heeft gemotiveerd, maar dat de betrokkene hierdoor niet in enig belang is geschaad, omdat hij in de procedure bij de kantonrechter in de gelegenheid is gesteld om zijn standpunt naar voren te brengen, zodat de beslissing van de officier van justitie met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb in stand kan worden gelaten.
4. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat de beslissing van de officier van justitie niet deugdelijk is gemotiveerd, nu deze een onjuiste rechtsopvatting bevat. Op grond van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv kan de officier van justitie gelet op de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert namelijk wel degelijk een lager bedrag van de administratieve sanctie vaststellen.
5. Anders dan de kantonrechter is het hof echter van oordeel dat niet kan worden geoordeeld dat de betrokkene door het motiveringsgebrek niet is benadeeld. De officier van justitie beschikt namelijk over een eigenstandige bevoegdheid om het bedrag van een sanctie lager vast te stellen wanneer de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert dat rechtvaardigen. Nu in administratief beroep door de gemachtigde is verzocht om rekening te houden met de financiële omstandigheden van de betrokkene en deze grond als zodanig niet bij de beoordeling is betrokken, is de betrokkene naar het oordeel van het hof benadeeld door de gebrekkige motivering. Aldus heeft de kantonrechter ten onrechte toepassing gegeven aan artikel 6:22 van Pro de Awb. Dit betekent dat de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie ten onrechte in stand heeft gelaten. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie vernietigen.
6. Vervolgens gaat het hof over tot de beoordeling van het beroep tegen de inleidende beschikking, waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd van € 234,- voor: “Overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 24 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 april 2017 om 15:56 uur op de Prinses Beatrixlaan in Delft met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
7. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene betwist de gedraging te hebben verricht. Voorts betwist hij dat de werkelijke snelheid is vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. In de onderhavige zaak is geen sprake van een ambtsedige verklaring. De verklaring die is opgenomen in het zaakoverzicht kan niet als zodanig worden aangemerkt, zodat daaraan geen bijzondere bewijskracht toekomt. Op basis van de beschikbare stukken kan dan ook niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Bovendien is het ijkrapport dat zich in het dossier bevindt niet ondertekend, waardoor daaraan geen rechtskracht kan worden toegekend.
8. Het hof stelt voorop dat de Wahv niet de eis stelt dat aan een krachtens die wet opgelegde administratieve sanctie een ambtsedig proces-verbaal van een opsporingsambtenaar ten grondslag ligt. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
9. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid : 77 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid : 74 km per uur.
Toegestane snelheid : 50 km per uur.
Overschrijding met : 24 km per uur.”
10. Voorts bevinden zich in het dossier twee foto’s van de gedraging. Hierop is een voertuig met kenteken [YY-000-Y] te zien. De gegevens die in de databalk onder de foto’s zijn vermeld, stemmen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht.
11. Tevens bevindt zich in het dossier een NMi-verklaring, waarin staat dat de betreffende radarsnelheidsmeter op 23 juni 2016 is goedgekeurd voor een periode van 12 maanden.
De in deze verklaring genoemde identificerende gegevens van het meetmiddel komen overeen met de onder de foto’s van de gedraging genoemde gegevens.
12. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de bovengenoemde gegevens. De enkele betwisting dat de gedraging is verricht en dat de werkelijke snelheid is vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel is daarvoor onvoldoende. Bovendien volgt uit de bovengenoemde NMi-verklaring dat de snelheidsmeter ten tijde van de gedraging voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Dat deze verklaring niet is ondertekend leidt niet tot twijfel aan de inhoud daarvan. Niet voorgeschreven is immers dat een dergelijk rapport is ondertekend. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Dit brengt mee dat het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond zal worden verklaard.
13. Omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197).

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt deze beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.