In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het bezit van professioneel vuurwerk en stroomstootwapens, zoals onder meer lawinepijlen en stroomstootwapens van verschillende typen, op of omstreeks 26 november 2014 te Achterveld.
De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, maar het hof heeft het vonnis vernietigd wegens een andere bewijswaardering. Het hof oordeelde dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk de beschikking had over het vuurwerk en de stroomstootwapens.
De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van 14 maanden geëist voor het vuurwerkfeit, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. Het hof nam het standpunt van de verdediging over en sprak verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. Er was onvoldoende overtuigend bewijs dat verdachte het vuurwerk of de stroomstootwapens in bezit had, ondanks dat hij wist van het vuurwerk op de locatie.
Het hof benadrukte dat de gesprekken die door de rechtbank waren aangehaald op verschillende manieren konden worden geïnterpreteerd en dat verdachte mogelijk slechts een intentie had om vuurwerk te kopen. Ook was er geen bewijs dat verdachte wist van de stroomstootwapens op de locatie. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.