ECLI:NL:GHARL:2020:4137

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 mei 2020
Publicatiedatum
29 mei 2020
Zaaknummer
Wahv 200.243.763/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 11 WahvArt. 21 RVV 1990Art. 62 RVV 1990Art. 66 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onjuiste feitcode en procedurele schending bij snelheidsovertreding

De betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd van €186,- voor een snelheidsovertreding van 21 km/h op een autoweg buiten de bebouwde kom. Hij voerde aan dat de ambtenaar onjuiste verklaringen had gegeven en dat de bebording onduidelijk was. Het hof constateerde dat de snelheid correct was gemeten met een goedgekeurde snelheidsmeter en dat de betrokkene de overtreding niet ontkende.

Echter oordeelde het hof dat de feitcode VF021, die betrekking heeft op overschrijding van de maximumsnelheid op autowegen, niet van toepassing was omdat de maximumsnelheid ter plaatse op basis van een zonebord A1 gold, waarvoor feitcode VG021 geldt. Het hof vond dat een wijziging van de feitcode in hoger beroep niet opportuun was omdat de betrokkene niet de kans had gekregen hierop te reageren, wat zijn verdedigingsbelangen zou schaden.

Daarom vernietigde het hof de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd bepaald dat de advocaat-generaal het door de betrokkene gestelde bewijs moet restitueren. De procedure werd beëindigd met een vernietiging van de eerdere beslissingen zonder inhoudelijke beoordeling van de snelheidsovertreding zelf.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onjuiste feitcode en schending van verdedigingsbelangen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.243.763/01
CJIB-nummer
: 211328726
Uitspraak d.d.
: 29 mei 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 15 juni 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 186,- voor: “VF021 - overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 21 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 oktober 2017 om 11.55 uur op de Hoofdweg in Zegveld.
2. De betrokkene blijft in hoger beroep bij zijn standpunt dat de ambtenaar onwaarheden in het proces-verbaal heeft geschreven. Het bord is nog steeds een vage plek op het asfalt, die je zelfs als je 20 km/h rijdt niet kunt zien. De foto’s van Google Maps zijn meer dan 2 jaar oud en dus niet relevant. Met de foto’s die de betrokkene heeft gemaakt is niks mis. De betrokkene blijft erbij dat wanneer de weg onderbroken wordt er een nieuw bord aan de kant van de weg geplaatst moet worden. Uit het dossier blijkt wel degelijk dat er aanleiding is om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar, omdat hij de betrokkene niet langs de weg maar een kilometer verderop staande heeft gehouden bij een pompstation. Dat staat niet in het proces-verbaal en is dus geen terechte waarneming. De betrokkene wil dat het correct in het proces-verbaal staat.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de vaststelling dat met behulp van een voor de meting geteste, goedgekeurde en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeter is gemeten dat met het voertuig van de betrokkene een (ongecorrigeerde) snelheid van 84 km/h is gereden terwijl de toegestane snelheid ter plaatse 60 km/h was.
5. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal, waarin de ambtenaren onder meer verklaren:
“Wij zagen op de hoofdweg te Zegveld een voertuig (kleur) wit merk Fiat met hoge snelheid naderbij komen en bij controle met de laser met Tru Speed bleek hij een snelheid te hebben van 84 km/h.
Ik verbalisant heb de bestuurder van het voertuig een stopteken gegeven en hem naar de linkerzijde van de weg een inrit ingeleid en de bestuurder laten zien op de Tru Speed welke snelheid hij reed. (…)
De betrokkene verklaart dat de verbodsborden niet goed zijn aangebracht, vanuit richting Zegveld is bij het verlaten bebouwde kom richting Woerden bord A1 60 km aangebracht en in die richting bij het industrieterrein is het bord A1 60 op het wegdek geschilderd, dit is duidelijk waarneembaar.”
6. Daarnaast bevat het dossier twee afdrukken van Google Maps Streetview. Op beide afdrukken is een zonebord A1 60 te zien. Het dossier bevat ook foto’s van de situatie ter plaatse die door de betrokkene zijn gemaakt. Op één van de foto’s is de bebording te zien. Op een andere foto is een zijweg te zien. Verder is er nog een foto van de plek waar de ambtenaar de betrokkene heeft laten stoppen.
7. Gelet op de foto’s in het dossier stelt het hof vast dat ter plaatse bebording stond met daarop de maximumsnelheid. De betrokkene erkent dit ook. Het hof stelt ook vast dat dit een zonebord betreft. Uit artikel 66, tweede lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) volgt dat in de hele zone de maximumsnelheid van 60 km/h geldt. De omstandigheid dat er na de zijweg geen bebording aanwezig was kan de betrokkene niet baten, nu de bebording in een zone niet hoeft te worden herhaald. De gevolgen van het feit dat de betrokkene de bebording aan het begin van de zone mogelijk heeft gemist, dienen voor zijn rekening te blijven. Van iedere weggebruiker wordt verwacht dat deze oplettend is op de aanwezige bebording.
8. Dat de ambtenaar mogelijk onjuist heeft verklaard over de plaats van de staandehouding, geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de snelheidsmeting. De betrokkene ontkent ook niet met de gemeten snelheid te hebben gereden.
9. Ondanks het voorgaande, kan het hof niet vaststellen dat de gedraging is verricht. De verweten gedraging die hoort bij feitcode VF021 betreft namelijk een overtreding van artikel 21, aanhef en onder a, van het RVV 1990, dat luidt als volgt:
“Buiten de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden:
a. voor motorvoertuigen op autosnelwegen 130 km per uur, op autowegen 100 km per uur en op andere wegen 80 km per uur”
10. Nu de overschreden maximumsnelheid ter plaatse van 60 km per uur niet op basis van een gedragsregel geldt, maar op basis van de bebording A1, is er sprake van een overtreding van artikel 62 jo Pro. bord A1 van het RVV 1990, dat luidt:
“Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.”
11. Mogelijk heeft de ambtenaar een sanctie willen opleggen voor overtreding van voornoemd voorschrift. De feitcode die daarbij hoort is VG021. Het sanctiebedrag is gelijk en de omschrijving van de gedraging is nagenoeg hetzelfde:
“overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 21 km/h (verkeersbord A1)”.
12. Hoewel op basis van de gegevens in het dossier valt vast te stellen dat de gedraging met feitcode VG021 is verricht, ziet het hof gelet op het stadium van de procedure geen aanleiding om de feitcode te wijzigen. Nu de betrokkene niet op de wijziging heeft kunnen reageren, wordt die mogelijk in zijn verdedigingsbelangen geschaad. Dit leidt tot onderstaande beslissing.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd te ondertekenen.