Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
De beslissing waarvan beroep
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
(veertien duizend tweehonderdnegenennegentig eeuro en vijftig eurocent).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de politierechter inzake de ontnemingsvordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Betrokkene was eerder veroordeeld voor het opzettelijk gebruik van een vals geschrift.
Uit het strafdossier bleek dat betrokkene financieel voordeel had genoten van €14.299,50, zijnde de helft van het bedrag dat ASR Verzekeringen aan hem had uitgekeerd na afkoop van een levensverzekering. Dit bedrag behoort op grond van een samenlevingscontract toe aan de benadeelde partij, maar was niet aan haar betaald.
De vordering van de benadeelde partij was toegewezen tot €6.799,50, welk bedrag in mindering werd gebracht op de betalingsverplichting van betrokkene. Het hof stelde daarom de betalingsverplichting aan de Staat vast op €7.500.
Het hof vernietigde de eerdere beslissing en deed opnieuw recht, legde de betalingsverplichting op en bepaalde de maximale duur van gijzeling op 300 dagen. De beslissing werd op 20 mei 2020 uitgesproken door mr. H.J. Deuring, mr. J. Dolfing en mr. L.G. Wijma.
Uitkomst: Betrokkene is verplicht tot betaling van €7.500 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.