ECLI:NL:GHARL:2020:3840
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen sanctiebeschikking Wahv wegens niet-naleving informatieplicht officier van justitie
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een sanctiebeschikking van de officier van justitie ongegrond verklaarde. De kern van het geschil betrof de vraag of de officier van justitie had voldaan aan de informatieplicht zoals voorgeschreven in artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het hof constateerde dat de gemachtigde van de betrokkene tijdens het administratief beroep om toezending van relevante stukken, waaronder foto’s van de gedraging, had verzocht. Deze stukken waren echter niet toegezonden, waardoor sprake was van een schending van de informatieplicht. De kantonrechter had dit niet onderkend, waardoor diens beslissing niet in stand kon blijven.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep tegen de officier van justitie gegrond. Een terugwijzing naar de rechtbank was niet mogelijk op grond van artikel 20d, tweede lid, van de Wahv. Het beroep tegen de inleidende beschikking werd ongegrond verklaard omdat de gemachtigde voldoende gelegenheid had gehad om bezwaren te formuleren maar dit niet had gedaan.
Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk was gesteld. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beslissing van de kantonrechter, verklaart het beroep tegen de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing, maar verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.