Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
primair: de man te veroordelen om binnen 8 dagen na de dagtekening van de te wijzen beschikking aan de vrouw een bedrag van € 128.607,32 te betalen terzake de afrekening van de kosten van de huishouding, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de verzuimdatum tot die van algehele voldoening; en
subsidiair: de man te veroordelen om binnen 8 dagen na de dagtekening van de te wijzen beschikking aan de vrouw een bedrag van € 77.010,32 te betalen terzake de afrekening van de kosten van de huishouding, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de verzuimdatum tot die van algehele voldoening;
5.De motivering van de beslissing
Partijen komen ter gedeeltelijke beëindiging van hun geschil, bij dit hof aanhangig onder zaaknummer 200.259.060, het volgende overeen:
Gemeenschappelijke inkomsten
De kosten van de gemeenschappelijke huishouding, daaronder begrepen de kosten van verzorging en opvoeding van de uit het huwelijk geboren kinderen, van de door de echtgenoten geadopteerde kinderen, alsmede van de kinderen die met beider toestemming in het gezin zijn opgenomen, wat de laatste kinderen betreft voor zover deze kosten niet ten laste van derden komen, worden voldaan uit de netto inkomens der echtgenoten naar evenredigheid daarvan;
Inkomen
Het uit dit artikel bepaalde geldt niet voor zover bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten.