Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van een jeugdige tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging voor gesloten jeugdhulp verleende. De jeugdige werd onder toezicht gesteld vanwege ernstige opvoed- en opgroeiproblemen, waaronder impuls- en agressieregulatieproblemen, en verbleef in een gesloten instelling. Na een periode van weglopen en herplaatsing is de jeugdige veroordeeld tot jeugddetentie voor strafbare feiten met een geweldscomponent.
Het hof overweegt dat de gronden voor gesloten jeugdhulp aanwezig blijven tot 13 juni 2020, mede gelet op het NIFP-rapport dat een intensieve behandeling adviseert. De jeugdige erkent de noodzaak van behandeling maar stelt dat deze ambulant vanuit huis kan plaatsvinden, wat het hof afwijst vanwege de ernst van de problematiek en het risico op terugval.
De machtiging wordt bekrachtigd voor de periode tot 13 juni 2020, maar vanwege het einde van de ondertoezichtstelling en de wens van de gezaghebbende ouder om de jeugdige thuis te laten wonen, wijst het hof het verzoek tot verlenging tot 26 juni 2020 af. Het hof benadrukt het belang van goede communicatie en motivatie van de jeugdige in de coronatijd.
Uitkomst: De machtiging gesloten jeugdhulp wordt bekrachtigd tot 13 juni 2020 en het verzoek tot verlenging daarna wordt afgewezen.