Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- het beroepschrift met producties 1 tot en met 10, ingekomen op 19 augustus 2019;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep met producties;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep met producties, tevens vermeerdering van eis;
- een journaalbericht van mr. Ter Avest van 16 februari 2020 met producties 4 tot en met 9, en
- journaalberichten van mr. Bagasrawalla van 24 en 25 februari 2020 met producties.
3.De feiten
4.Het geschil
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- de man veroordeeld om met ingang van de datum van inschrijving van de bestreden beschikking in de registers van de burgerlijke stand als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw (verder ook: partneralimentatie) aan de vrouw € 2.904,- per maand te betalen;
- de man veroordeeld om binnen een maand na de bestreden beschikking inzage te geven in de bankafschriften van alle bankrekeningen van hem en partijen gezamenlijk over de periode van 18 april 2017 - 18 april 2018;
- de wijze van verdeling als volgt gelast:
- het hoger beroep van de man af te wijzen;
- de bestreden beschikking voor wat betreft de veroordeling betrekking hebbend op:
- te bepalen dat de man aan de vrouw dient te voldoen een bedrag van € 5.151,62, zijnde het bedrag dat hij ten onrechte aan zijn bankrekening en dus de verdeling heeft onttrokken;
- te bepalen dat de man per direct een dwangsom verbeurt van € 250,- per dag dat hij niet voldoet aan de veroordeling door de rechtbank ten aanzien van het inzage geven in de bankafschriften van alle bankrekeningen van hem en partijen gezamenlijk over de periode 18 april 2017 tot en met 18 april 2018, met een maximum van € 20.000,-, en
- de man te veroordelen zijn pensioengegevens te overleggen binnen een week na het wijzen van deze beschikking, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag dat hij niet voldoet aan deze veroordeling met een maximum van € 10.000,-.
5.De overwegingen voor de beslissing
- ziektekostenpremie 5 maanden in 2018: € 800,20, en eigen risico: € 385,- samen € 1.185,20;
- 16½ maand premie levensverzekering (gekoppeld aan de hypotheek), in totaal € 2.669,38;
- aflossing op FREO van € 5.000,- (20 x € 250,-);
- de OZB vanaf april 2018 tot met december 2018 van € 420,- en
- de OZB vanaf 1 januari 2019 tot de verkoop van de echtelijke woning van € 592,67.
7.De beslissing
- veroordeelt de man de helft van de opbrengst van de verkoop van de auto, zijnde een bedrag van € 3.500,-, aan de vrouw te voldoen
- bepaalt dat de man volledig draagplichtig is voor de schuld aan de Freo zonder nadere verrekening;