Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z]
[Z](hierna: belanghebbenden )
heffingsambtenaarvan
het gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT)(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbenden zijn gezamenlijk eigenaar van een kantoorpand dat per waardepeildatum 1 januari 2016 voor het jaar 2017 werd gewaardeerd op 370.000 euro door de heffingsambtenaar. Na bezwaar en beroep werd deze waarde door de rechtbank verlaagd naar 275.000 euro. Belanghebbenden gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vaststelling van de kapitalisatiefactor binnen de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij partijen verschilden over het netto-aanvangsrendement. De heffingsambtenaar stelde een rendement van 7,59% voor, wat onder de bandbreedte lag, terwijl belanghebbenden een hoger rendement van 11,75% aanvoerden, boven de bandbreedte.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende objectieve gegevens had geleverd om het lagere rendement te onderbouwen en dat belanghebbenden hun hogere rendement eveneens niet met objectieve gegevens konden staven. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs stelde het hof de waarde vast op het door de rechtbank bepaalde bedrag van 275.000 euro.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door het hof op 31 maart 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van het kantoorpand blijft vastgesteld op € 275.000.