ECLI:NL:GHARL:2020:2525

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 maart 2020
Publicatiedatum
25 maart 2020
Zaaknummer
21-001183-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 33 Wetboek van StrafrechtArt. 33a Wetboek van StrafrechtArt. 63 Wetboek van StrafrechtArt. 176 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens rijden met ongeldig verklaard rijbewijs en verbeurdverklaring auto

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld wegens het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs op 10 maart 2018 te een plaats. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was en toch een personenauto bestuurde op de openbare weg.

De politierechter had reeds een gevangenisstraf van 4 weken opgelegd en de auto verbeurd verklaard. Het hof vernietigde dit vonnis om proceseconomische redenen en deed opnieuw recht, waarbij het de straf en verbeurdverklaring bevestigde. Het hof nam in strafverzwarende zin mee dat verdachte eerder onherroepelijk was veroordeeld voor soortgelijke feiten, waaronder twee gevangenisstraffen.

Het hof wees het verzoek van de verdediging af om een taakstraf op te leggen en hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De personenauto, een Seat Ibiza, werd als eigendom van verdachte aangemerkt en daarom verbeurd verklaard. Het vonnis werd op 23 maart 2020 uitgesproken door het hof te Leeuwarden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 weken gevangenisstraf en de inbeslaggenomen personenauto is verbeurd verklaard.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001183-19
Uitspraak d.d.: 23 maart 2020
TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem- Leeuwarden , zittingsplaats Leeuwarden ,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 10 augustus 2018 met parketnummer 96-077779-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
wonende te [woonplaats] ,
thans uit anderen hoofde verblijvende in PI [plaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 9 maart 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken en verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen personenauto. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw, mr. S. Dogan, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft de verdachte bij vonnis van 10 augustus 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, veroordeeld ter zake van het ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken. Daarnaast heeft de politierechter de inbeslaggenomen personenauto verbeurd verklaard.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 10 maart 2018 te [plaats] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten b, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [weg] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 10 maart 2018 te [plaats] terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten b, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, [weg] , als bestuurder een motorrijtuig, personenauto, van die categorie heeft bestuurd.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft op 10 maart 2018 auto gereden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Verdachte heeft daarmee een belangrijke overheidsbeslissing genegeerd en het belang van de verkeersveiligheid veronachtzaamd.
Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 februari 2020, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, waaronder ook twee keer tot een gevangenisstraf voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Deze eerder opgelegde gevangenisstraffen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw hetzelfde strafbare feit te plegen. Het hof zal hiermee in strafverzwarende zin rekening houden.
Ook heeft het hof acht geslagen op verdachtes persoonlijke omstandigheden, zoals deze door de raadsvrouw van verdachte ter terechtzitting bij het hof naar voren zijn gebracht.
Alles afwegende en in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, zoals ook is opgelegd door de politierechter en is gevorderd door de advocaat-generaal, passend en geboden. In hetgeen de raadsvrouw van verdachte ter zitting van het hof heeft aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding om aan verdachte, zoals door de raadsvrouw is verzocht, een taakstraf op te leggen.

Beslag

Het ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit is begaan met behulp van de in beslag genomen en niet teruggegeven personenauto (Seat Ibiza, kenteken [kenteken] ). Het behoort de verdachte in de zin van artikel 33a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht toe. Het hof leidt dit af uit hetgeen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] over verdachtes gebruik van deze personenauto hebben vastgesteld in hun proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2018: "Uit bovenstaande informatie kunnen wij met een aan zekerheid grenzende
waarschijnlijkheid stellen dat [verdachte] van 3 juli 2014 tot en met de inbeslagname op
10 maart 2018, met uitzondering van de periode waarin het voertuig op naam stond van
[naam] , de beschikking had over de Seat Ibiza [kenteken] ." De personenauto behoorde verdachte dus toe. Het hof zal de personenauto daarom verbeurd verklaren.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) weken.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
Personenauto (Seat Ibiza, kenteken [kenteken] ).
Aldus gewezen door
mr. L.J. Bosch, voorzitter,
mr. J. Hielkema en mr. E.M.J. Brink, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.M. Nicolai, griffier,
en op 23 maart 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. L.J. Bosch is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.