Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland inzake kinderalimentatie voor een minderjarige geboren in 2010. Partijen oefenden gezamenlijk het gezag uit, waarbij het kind zijn hoofdverblijf bij de vrouw had. De man betwistte onder meer de hoogte van de behoefte van het kind, het netto besteedbaar inkomen van beide ouders en de draagkrachtberekening.
Het hof oordeelde dat geen aanleiding bestond af te wijken van de forfaitaire behoeftetabel en nam de berekeningen van de rechtbank grotendeels over. Voor de draagkracht van de vrouw corrigeerde het hof het bedrijfsresultaat op basis van een redelijke afschrijvingstermijn en huisvestingskosten. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €2.772 per maand en die van de vrouw op €590 per maand.
Vanwege voortdurende strijd over verblijfsoverstijgende kosten besloot het hof af te wijken van de gebruikelijke verdeling en legde deze kosten volledig bij de man neer, wat resulteerde in een lagere maandelijkse bijdrage van €127 door de man aan de vrouw. De beschikking van de rechtbank werd voor de periode tot aan het vonnis bekrachtigd en voor de toekomst gewijzigd. Terugbetalingsverplichtingen werden afgewezen om verdere conflicten te voorkomen.
Uitkomst: De man moet €127 per maand betalen en alle verblijfsoverstijgende kosten dragen; eerdere beschikking deels bekrachtigd en deels vernietigd.