Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
van de vertaling van het vonnis van het Hof van Appèl te Tétouan, Marokko, van
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man, voormalig echtgenoot van de vrouw en vader van een minderjarig kind, is na echtscheiding door de rechtbank veroordeeld tot betaling van een verhaalsbijdrage van € 992 per maand aan de gemeente Utrecht, die de bijstandsuitkering aan de vrouw verstrekt. De man heeft in hoger beroep vier grieven ingediend tegen deze beschikking, waaronder het betwisten van de toepasselijkheid van artikel 62 Participatiewet Pro en het ontbreken van draagkracht.
Het hof overweegt dat de wettelijke onderhoudsplicht van de man onverminderd geldt na echtscheiding en dat de gemeente haar verhaalsbevoegdheid terecht heeft toegepast. De man heeft nagelaten de benodigde informatie te verstrekken over zijn financiële situatie, waardoor het hof de draagkracht en behoefte niet kan vaststellen en dit risico voor zijn rekening komt.
De grieven falen derhalve en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. De man blijft gehouden aan de betalingsverplichting van het vastgestelde bedrag, inclusief de aflossing van de achterstand.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de man af.