ECLI:NL:GHARL:2020:1806
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing kantonrechter wegens schending hoorplicht bij snelheidsovertreding
De betrokkene maakte bezwaar tegen een snelheidsovertreding op 2 mei 2015 waarbij een sanctie van €289,- was opgelegd. De kantonrechter wees het beroep deels toe en kende een proceskostenvergoeding toe. De gemachtigde van de betrokkene stelde dat de rechtbank hem niet tijdig had geïnformeerd over het dossier, wat een schending van artikel 11, lid 4, van de Wahv opleverde.
Het hof stelde vast dat de griffier de gemachtigde pas na de zitting informeerde over de mogelijkheid tot dossierinzage, waardoor de informatieplicht niet was nageleefd. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de kantonrechter. Het hof verklaarde het beroep tegen de officier van justitie gegrond wegens schending van de hoorplicht en vernietigde diens beslissing.
Ten aanzien van de snelheidsovertreding stelde de gemachtigde dat de foto’s en het zaakoverzicht niet met elkaar konden worden verbonden en dat de maximumsnelheid niet was vastgesteld. Het hof oordeelde dat de gegevens in het dossier voldoende waren om de overtreding vast te stellen en verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de inleidende beschikking niet werd vernietigd.
Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie worden vernietigd wegens schending van de hoorplicht; het beroep tegen de snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard.