ECLI:NL:GHARL:2020:1805

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 februari 2020
Publicatiedatum
2 maart 2020
Zaaknummer
Wahv 200.227.645/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 RVV 1990Art. 1 RVV 1990Art. 19, tweede lid, Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor parkeren op laad- en losplaats zonder direct laden of lossen

De betrokkene kreeg een boete van €90 wegens parkeren op een gelegenheid voor onmiddellijk laden en lossen van goederen. Hij voerde aan dat hij papier en toners aan het laden was, maar kon dit niet aannemelijk maken.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene ging in hoger beroep, maar het hof bevestigde het vonnis met verbeterde motivering.

Het hof oordeelde dat papier en toners geen goederen zijn die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig kunnen worden opgehaald. De betrokkene stond minder dan zeven minuten stil en liep meerdere keren naar zijn bedrijf, wat onvoldoende is om te spreken van onmiddellijk laden of lossen.

De verbalisant had geen laad- of losactiviteiten waargenomen. Het hof benadrukte dat het op de betrokkene rust om aannemelijk te maken dat er daadwerkelijk werd geladen of gelost. Omdat dit niet is gelukt, is de boete terecht opgelegd.

Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de beschikking niet werd vernietigd. Het arrest werd in een openbare zitting uitgesproken door rechter Sekeris.

Uitkomst: De boete van €90 voor parkeren op een laad- en losplaats zonder direct laden of lossen wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.227.645/01
CJIB-nummer
: 201690180
Uitspraak d.d.
: 28 februari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 18 augustus 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter, aangevuld bij brief van 1 februari 2018. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 13 februari 2018 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Een kopie daarvan is toegestuurd aan de advocaat-generaal.

Beoordeling

1. De gemachtigde verzoekt het hof aan de omstandigheid dat de advocaat-generaal geen verweerschrift heeft ingediend en de namens de betrokkene aangevoerde stellingen niet zijn weersproken, het gevolg te verbinden dat de inleidende beschikking wordt vernietigd.
2. Geen rechtsregel verplicht de advocaat-generaal een verweerschrift in te dienen (vgl. artikel 19, tweede lid, van de Wahv). Het uitblijven van een verweerschrift vormt dan ook geen reden om de inleidende beschikking te vernietigen.
3. De gemachtigde voert aan dat de beslissing van de kantonrechter moet worden vernietigd vanwege het in het dossier ontbreken van een proces-verbaal van de zitting.
4. Dit argument mist feitelijke grondslag. In het dossier bevindt zich namelijk wel degelijk een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden zitting van 18 augustus 2017.
5. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “parkeren op een gelegenheid voor onmiddellijk laden en lossen van goederen.” Deze gedraging zou zijn verricht op 23 september 2016 om 20:54 uur op de Broerenstraat in Arnhem met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
6. De kantonrechter heeft geoordeeld dat is komen vast te staan dat de gedraging is verricht en heeft daartoe het volgende overwogen. De ambtsedige verklaring, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, houdt het soort gedraging parkeren op een gelegenheid voor onmiddellijk laden en lossen van goederen in en de betrokkene heeft geen specifieke feiten of omstandigheden aangevoerd op basis waarvan moet worden getwijfeld aan de waarneming van de verbalisant. Ook uit het dossier blijken niet zulke feiten en omstandigheden.
7. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter het beroep tegen de inleidende beschikking ten onrechte ongegrond heeft verklaard, althans onvoldoende is ingegaan op de volgende argumenten. De betrokkene heeft een bedrijf in de binnenstad en was wel degelijk aan het laden en lossen. Het ging om papier en toners. De officier van justitie stelt in zijn beslissing dat uit de beschikbare informatie blijkt dat het voertuig langer dan de tijd die onder laden en lossen valt heeft stilgestaan en/of dat de verbalisant geen van deze activiteiten heeft waargenomen. Het eerste blijkt niet uit de beschikbare informatie. Overigens kan dat slechts blijken als ook bekend is hoe lang in dit geval de tijd was die onder het laden en lossen valt. Daarover is niets bekend. Dat de verbalisant geen laad- of losactiviteiten heeft waargenomen is niet relevant. De gemachtigde wijst daarbij op een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam uit 2010. Hoe kan de verbalisant dan hebben vastgesteld dat er niet werd geladen of gelost? Artikel 24, eerste lid, sub f van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) vereist niet dat het goederen van een bepaalde omvang of gewicht zijn.
8. Artikel 24, eerste lid, aanhef en sub f, van het RVV 1990 luidt: “De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen.” Artikel 1 van Pro het RVV 1990 bepaalt dat onder parkeren wordt verstaan “het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.”
9. Anders dan de gemachtigde meent is volgens rechtspraak van de Hoge Raad wel bepalend of goederen van enige omvang of enig gewicht bij voortduring worden uit- of ingeladen gedurende de tijd die daarvoor nodig is (HR 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2760). Het dient daarbij te gaan om goederen die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht (HR 10 juni 1975, VR 1975, 90). Vastgesteld moet worden of het voertuig uitsluitend heeft stilgestaan zo lang als nodig was voor het ononderbroken verrichten van het geheel van handelingen dat redelijkerwijs noodzakelijk is om de zaken uit het voertuig te halen en aan de geadresseerde af te geven (Hof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2015:7639). Het ligt op de weg van een betrokkene om aannemelijk te maken dat van laden of lossen -als uitzondering op parkeren- sprake is (Hof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2019:3877).
10. De verbalisant verklaart geen laad- en losactiviteiten te hebben waargenomen ten tijde van de controle. De betrokkene schreef in zijn e-mailbericht van 10 oktober 2016 aan de gemachtigde dat de auto minder dan 7 minuten ter plaatse heeft gestaan en dat hij twee keer naar zijn bedrijf in de binnenstad is gewandeld om spullen op te halen en in de auto te leggen.
11. De gemachtigde merkt terecht op dat niet bekend is gedurende welke tijdspanne de ambtenaar geen laad- en losactiviteiten heeft waargenomen. De gemachtigde is er echter niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat sprake was van laden of lossen in de hiervoor bedoelde zin. Dat de betrokkene binnen 7 minuten twee keer naar zijn zaak is gewandeld om papier en toners op te halen en in zijn auto te leggen, is onvoldoende om vast te kunnen stellen dat het gaat om goederen van enige omvang of gewicht die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald. Er was daarom sprake van parkeren. Dat brengt mee dat de gedraging is verricht.
12. Voorgaande leidt tot de conclusie dat de beslissing van de kantonrechter lijdt aan een motiveringsgebrek, omdat daaruit onvoldoende blijkt waarom de aangevoerde bezwaren geen doel treffen. Die bezwaren leiden echter niet tot een ander oordeel. De beslissing van de kantonrechter wordt daarom bevestigd met verbetering van gronden.
13. Omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197).

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.