Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
4.De slotsom
€ 7.838,00(2 punten x tarief € 3.919)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure stond centraal of de door J. Norder Beheer B.V. aan Noweka2 B.V. ter beschikking gestelde gelden een kapitaalstorting of een in rekening-courant geboekte geldlening vormden. Noweka stelde dat sprake was van een kapitaalstorting, terwijl de curator dit als een geldlening kwalificeerde en terugvordering nastreefde.
Het hof oordeelde dat de participanten slechts certificaathouders zijn en geen zelfstandige kapitaalpositie bezitten, waardoor geen sprake kan zijn van een civielrechtelijke kapitaalstorting. De administratie en jaarcijfers van Noweka toonden het bedrag als vreemd vermogen onder kortlopende schulden, niet als eigen vermogen. Daarnaast waren er pandrechten en conservatoir beslag gelegd op basis van een geldlening, wat de kwalificatie als lening bevestigde.
De stelling van Noweka dat de curator niet op de juistheid van de administratie mocht afgaan, werd verworpen. Ook het beroep op een fiscale uitzondering uit een arrest van de Hoge Raad werd niet gevolgd. De vordering van de curator werd als direct opeisbaar aangemerkt, omdat het saldo van een rekening-courantverhouding volgens artikel 6:140 BW Pro op ieder moment verschuldigd is.
De grieven van Noweka tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland werden afgewezen en het hof bekrachtigde het vonnis. Noweka werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep en de nakosten. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2020.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ter beschikking gestelde geld een opeisbare geldlening is en geen kapitaalstorting, en veroordeelt Noweka in de kosten.