Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellant],
[appellante],
[appellanten] c.s.,
De Alliantie,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellanten huurden sinds 1983 een woning van Stichting De Alliantie. Na klachten over ernstige en structurele overlast wees de kantonrechter een vordering tot ontbinding en ontruiming af, maar het gerechtshof vernietigde dit vonnis en ontbond de huurovereenkomst in augustus 2019. Appellanten stelden zich op het standpunt dat de executie van het arrest onrechtmatig was en vorderden opschorting van de ontruiming en alternatieve woonruimte.
De voorzieningenrechter wees deze vorderingen af en ook in hoger beroep werd dit standpunt verworpen. Het hof oordeelde dat De Alliantie een executoriale titel had en dat er geen sprake was van misbruik van bevoegdheid bij de tenuitvoerlegging. De door appellanten aangevoerde feiten, zoals twijfel aan de betrouwbaarheid van getuigen en medische omstandigheden, waren onvoldoende onderbouwd om de ontruiming te staken.
Het hof benadrukte dat het belang van De Alliantie lag in het beëindigen van de overlast, terwijl appellanten weliswaar een emotioneel belang hadden bij het blijven wonen, maar dat dit geen reden was om de executie te schorsen. Ook het niet gebruiken van de urgentielijst door appellanten speelde mee. De kosten van het hoger beroep werden aan appellanten opgelegd en het hof wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vordering tot opschorting van de ontruiming afwijst en oordeelt dat de tenuitvoerlegging niet onrechtmatig was.