ECLI:NL:GHARL:2020:10591

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 december 2020
Publicatiedatum
17 december 2020
Zaaknummer
Wahv 200.270.173/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5 Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie kentekenhouder wegens negeren rood verkeerslicht zonder staandehouding

De betrokkene werd bij beschikking een sanctie van €240 opgelegd wegens het negeren van een rood verkeerslicht op 27 februari 2019 te Den Haag. De gemachtigde van de betrokkene, tevens bestuurder, ontkende de overtreding en voerde twijfel aan over de waarneming van de ambtenaar, die in burgerkleding en op een privémotor reed.

De ambtenaar had de gedraging subjectief waargenomen en verklaarde dat het verkeerslicht circa vijf seconden op rood stond toen de betrokkene het kruispunt passeerde. Het hof oordeelde dat deze inschatting geen aanleiding gaf tot twijfel, ook al was er geen objectieve meting. Verder kon de ambtenaar de bestuurder niet staande houden omdat hij zelf een overtreding had moeten begaan om te kunnen volgen, wat niet van hem verlangd kon worden.

Op grond van artikel 5 Wahv Pro mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd als staandehouding niet mogelijk is. Het hof concludeerde dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was en bevestigde daarom het vonnis van de kantonrechter. De betrokkene blijft aansprakelijk voor de sanctie ondanks de betwisting van de gedraging.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €240 aan de kentekenhouder wegens negeren van een rood verkeerslicht zonder mogelijkheid tot staandehouding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.270.173/01
CJIB-nummer
: 223784525
Uitspraak d.d.
: 17 december 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 18 oktober 2019, betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is [B] , wonende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 december 2020. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [D] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 februari 2019 om 15.46 uur op de Houtwijklaan in ‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. De gemachtigde, die de bestuurder is van het voertuig, ontkent de gedraging. De ambtenaar heeft een subjectieve waarneming gedaan, en daarom is genoeg reden tot twijfel over de gehele sanctie. De ambtenaar geeft bijvoorbeeld aan dat het licht ongeveer 5 seconden op rood stond, terwijl dit alleen objectief met apparatuur kan worden gemeten. De gemachtigde vraagt zich verder af of valt uit te sluiten dat het verkeerslicht op oranje (het hof begrijpt: geel) stond toen hij het passeerde. En is het bijvoorbeeld ook mogelijk dat het verkeerslicht voor de ambtenaar op rood stond, en niet het verkeerslicht op de rijbaan waar de gemachtigde reed, maar de ambtenaar hier wel vanuit ging? Daarnaast gaat het om een levensgevaarlijk kruispunt met hele korte ontruimingstijden. De gemachtigde zat met zijn kinderen van toen 2 en 4 jaar in de auto. Met de kinderen in de auto zou hij daar nooit zo’n overtreding begaan. Verder voert de gemachtigde aan dat er geen feiten of omstandigheden in de verklaring van de ambtenaar zijn opgenomen waar uit blijkt dat staandehouding niet mogelijk was. Dat hij op een privémotor was en het daardoor niet mogelijk was, is te kwalificeren als een conclusie en dus niet voldoende. In de aanvullende verklaring stelt de ambtenaar zich de situatie niet meer precies te herinneren. Alles wat de ambtenaar verder nog verklaart, heeft dan ook geen waarde voor de gemachtigde. Daarnaast geeft de ambtenaar algemene stellingen, maar die kunnen geen grondslag bieden. De gemachtigde stelt verder nog camerabeelden te hebben die aantonen dat de waarnemingen van de ambtenaar niet juist zijn.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat deze ongeveer 5,00 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde. Plaatsaanduiding verkeerslicht: onder, rechterrijbaan. (…)
Reden geen staandehouding: verbalisant op privémotor, geen staandehouding mogelijk.”
5. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal waarin de ambtenaar onder meer verklaart:
“De door mij geconstateerde overtreding van het rode verkeerslicht op 27 februari 2019, te 15.46 uur op de Houtwijklaan te Den Haag kan ik mij thans niet meer exact herinneren.
Ik had die woensdag 27ste februari een vroege dienst en gezien het tijdstip van de geconstateerde overtreding was ik op weg naar huis. (…) Ik reed daar in burgerkleding, op een privémotor en zonder verbindingsmiddelen met de politiemeldkamer. (…)
In het algemeen kan ik stellen dat een staandehouding op een privémotor niet goed uitvoerbaar is. Ik reed immers in burgerkleding op mijn eigen motorfiets, dit is een niet opvallend politievoertuig. Als bestuurder van een (privé)motorfiets was het voor mij niet mogelijk om (bevoegd) een stopteken aan de bestuurder te geven, daarbij had ik zelf een verkeersovertreding moeten begaan door eveneens het rode licht te negeren door achter de betrokkene aan te rijden. Ik heb geen vrijstelling voor het negeren van verkeersregels en tekens. Hierbij had ik mezelf en overige verkeersdeelnemers mogelijk in gevaar kunnen brengen. (…)
Zoals in de toelichting staat vermeld had ik direct zicht op het verkeerslicht en heb ik waargenomen dat dit al circa 5 seconden rood licht uitstraalde. Ik kon dit waarnemen omdat ik zelf geruime tijd voor het verkeerslicht stond te wachten. Ik had direct zicht op het verkeerslicht.”
6. Bij het proces-verbaal is een schets gevoegd van de situatie ter plaatse met daarop de positie van de ambtenaar getekend in de rijbaan voor rechtdoor en het voertuig van de gemachtigde dat rechtsaf slaat. Ook is een uitdraai van Google Maps Streetview bijgevoegd waarop de betreffende kruising met verkeerslichten is te zien.
7. Hoewel de ambtenaar zich de situatie niet meer exact kan herinneren, geeft dit naar oordeel van het hof geen aanleiding om te twijfelen aan diens aanvullende verklaring. Het is niet ongebruikelijk dat ambtenaren na verloop van een periode worden verzocht om nadere informatie. Zij hoeven daarvoor niet enkel uit hun geheugen te putten, maar kunnen ook gebruik maken van andere gegevens, zoals bijvoorbeeld het dienstrooster, om hun geheugen op te frissen. Voor zover het gaat om de gedraging, is het aanvullend proces-verbaal niet doorslaggevend. Wel is dat het zaakoverzicht, dat kort na de constatering is opgemaakt.
8. Uit de verklaringen van de ambtenaar en de daarbij overgelegde situatieschets volgt dat de ambtenaar heeft gezien dat het verkeerslicht voor de gemachtigde rood was en dat de gemachtigde verder is gereden. Hoe lang het rood licht heeft uitgestraald voordat de gemachtigde het passeerde, is door de ambtenaar ingeschat en niet gemeten. Dit maakt echter niet dat aan diens waarneming wordt getwijfeld. Met de aanduiding “5 seconden” geeft de ambtenaar ook weer dat het licht zonder meer op rood stond en er geen twijfel over was. Bovendien is niet van belang hoe lang het verkeerslicht al rood uitstraalde. De onderhavige gedraging ziet namelijk enkel op het negeren van een rood verkeerslicht. Dat de gemachtigde overtuigd is dat hij, onder de door hem geschetste omstandigheden, niet het rode licht zou negeren, geeft evenmin aanleiding tot twijfel. Het dossier bevat ook geen aanwijzingen dat de gegevens niet juist zijn. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
9. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
10. Naar oordeel van het hof blijkt voldoende dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De verklaring van de ambtenaar die in het zaakoverzicht is opgenomen, kan in sommige gevallen te summier zijn om toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv te rechtvaardigen. Het hof neemt echter in dit geval ook de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht in aanmerking. Het betreft hier immers een rood licht-gedraging. Het kan van een ambtenaar in burgerkleding en met privévoertuig, die bovendien op een rijstrook voor een andere richting stond te wachten, niet gevergd worden dat hij zelf een overtreding begaat om de bestuurder te volgen. Verder heeft de ambtenaar toegelicht dat het voor hem niet mogelijk is om op een eigen motor en in burgerkleding een stopteken te geven.
11. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter juist beslist. Het hof zal die beslissing dan ook bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.