Uitspraak
Havos,
[geïntimeerde],
1.1. Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.Waar gaat deze zaak over?
4.Het oordeel van het hof
Grief Igaat niet op, en in het kielzog daarvan faalt ook
grief IIItegen de proceskostenveroordeling.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over de huurprijs van een bedrijfsruimte die sinds 2000 wordt gehuurd door geïntimeerde. De oorspronkelijke verhuurder, de heer C, maakte vanaf 2011 schriftelijke afspraken met de huurder over een huurprijsverlaging vanwege bouwschade en waardedaling van het pand. Deze afspraken werden voor het laatst vastgelegd op 31 december 2015, waarin werd gesteld dat de huurkorting voor onbepaalde tijd geldt.
Na de eigendomsoverdracht aan Havos in 2016 ontstond discussie over de geldigheid en duur van deze huurprijsafspraak. Havos vorderde betaling van achterstallige huur vanaf september 2016, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het pand. De kantonrechter oordeelde dat de schriftelijke overeenkomst dwingend bewijs oplevert, maar dat de inhoud niet eenduidig is en dat de huurder tegenbewijs mocht leveren. Uiteindelijk oordeelde de kantonrechter dat de huurder slaagde in zijn bewijsopdracht en wees de vorderingen van Havos af.
In hoger beroep bevestigt het hof dat de akte tussen de vorige verhuurder en huurder ook Havos bindt als opvolgend verhuurder. Het hof stelt dat de huurder terecht bewijs heeft geleverd dat de huurkorting voor onbepaalde tijd geldt, mede gesteund door de getuigenverklaringen van beide partijen. Havos kon geen tegenbewijs leveren. Het hof verklaart Havos niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen het tussenvonnis, bekrachtigt het eindvonnis van de kantonrechter en veroordeelt Havos in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van Havos wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.