In deze civiele zaak draait het om een geschil over slecht uitgevoerde stuc- en schilderwerkzaamheden in de woning van appellant, uitgevoerd door geïntimeerde. Na klachten over slechte hechting van het schilderwerk heeft de rechtbank eerder een toerekenbare tekortkoming vastgesteld en schadevergoeding toegekend van €6.000. In hoger beroep vordert appellant een hogere schadevergoeding van ruim €34.000 vanwege herstelwerkzaamheden in 2020.
Het hof bevestigt de toerekenbare tekortkoming van geïntimeerde, omdat de ondergrond niet met primer was voorbewerkt, wat de oorzaak is van de hechtingsproblemen. Geïntimeerde kon zijn tegenvordering tot betaling van een factuur van €3.074 niet voldoende onderbouwen en deze wordt afgewezen. Het hof begroot de schade op €31.519,29, bestaande uit herstelkosten, redelijke verhuiskosten, verblijfskosten en expertisekosten.
De herstelkosten zijn gebaseerd op een factuur van VD Works B.V. die het herstel uitvoerde. Verhuiskosten en verblijfskosten worden deels toegewezen, waarbij het hof rekening houdt met keuzes van appellant die niet voor rekening van geïntimeerde komen. Ook de expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. Het hof vernietigt het eerdere vonnis en veroordeelt geïntimeerde tot betaling van €30.513,73 plus rente en kosten, en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.