ECLI:NL:GHARL:2020:1007

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 februari 2020
Publicatiedatum
7 februari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.239.201/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 RVV 1990Art. 62 RVV 1990
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Parkeren versus onmiddellijk laden en lossen bij aan boord brengen van bagage

De betrokkene werd gesanctioneerd voor parkeren in een parkeerverbodszone op 15 mei 2017 in Arnhem. Hij voerde verweer dat het slechts ging om laden en lossen, omdat hij met twee vrijwilligers bagage aan boord bracht voor een uitje. Hij bood zelfs aan de sanctie te schenken aan een goed doel.

Het hof oordeelde dat het aan boord brengen van bagage niet gelijkgesteld kan worden met onmiddellijk laden en lossen van goederen. Het voertuig stond langer dan toegestaan stil zonder actieve laad- of losactiviteiten. De betrokkene had alternatieven om de bagage te verplaatsen zonder het voertuig te parkeren.

De inzet als vrijwilliger en het voorstel tot schenking van de sanctie werden niet als reden gezien om de sanctie te matigen of achterwege te laten. De wet kent geen mogelijkheid om het sanctiebedrag aan een goed doel te schenken. De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd.

Uitkomst: Het hof bevestigt de sanctie van € 90,- voor parkeren in strijd met een parkeerverbod.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.239.201/01
CJIB-nummer
: 207827092
Uitspraak d.d.
: 7 februari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 2 maart 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “Parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 mei 2017 om 11:49 uur op de Nieuwe Kade in Arnhem met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. De betrokkene persisteert bij zijn eerdere verweer. Er is geen sprake van parkeren, maar van laden en lossen. Het voertuig heeft slechts vijf minuten ter plaatse gestaan. In die tijd heeft de betrokkene met twee andere vrijwilligers, die hij had opgehaald, bagage aan boord gebracht. De betrokkene en de twee anderen zouden als vrijwilliger meegaan op een uitje van de [B] (hierna: [B] ). Gelet op die omstandigheid vindt de betrokkene dat er bovendien redenen zijn om de sanctie achterwege te laten dan wel het bedrag van de sanctie te matigen. Om zijn stelling te onderbouwen dat de onderhavige zaak een principiële kwestie betreft, biedt de betrokkene aan om het bedrag van de sanctie over te maken naar de rekening van [B] op voorwaarde dat deze sanctie achterwege wordt gelaten.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 62 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) juncto bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990. Artikel 62 van Pro het RVV 1990 houdt in: “Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.” Het bord E1 duidt een parkeerverbod aan.
4. Niet in geschil is dat het voertuig van de betrokkene stond op een plek waar parkeren niet was toegestaan.
5. Artikel 1 van Pro het RVV 1990 verstaat onder parkeren:
“Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.”
6. Onder onmiddellijk laden of lossen van goederen dient te worden verstaan het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 12 mei 1999, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:HR:1999:AA2760). Het dient dan te gaan om goederen die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht.
7. Bij de stukken bevindt zich een proces-verbaal dat door de verbalisant die de sanctie heeft opgelegd op ambtseed is opgemaakt. Daarin verklaart zij onder meer het volgende:
“Bij het constateren van het feit is vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer 10 minuten geen activiteiten met betrekking tot het voertuig plaatsvonden, zodat er geen sprake was van onmiddellijk laden of lossen van goederen, dan wel het in of uit laten stappen van personen. Dat is ook aantoonbaar, omdat de eerste beschikking op deze locatie geschreven is om 11:42 en de laatste beschikking om 12:00. Ik heb geen voor dat gebied geldige ontheffing waargenomen.”
8. Het hof volgt het verweer van de betrokkene niet. Een voertuig mag slechts stilstaan op een gelegenheid voor laden en lossen gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. Het aan boord brengen van bagage kan niet als het onmiddellijk lossen van goederen worden aangemerkt. De betrokkene had er in dit geval voor kunnen en moeten kiezen om de uitgeladen bagage door de twee andere vrijwilligers aan boord te laten brengen dan wel de bagage na het uitladen uit het voertuig ter plaatse bij die vrijwilligers te laten staan, het voertuig vervolgens te verplaatsen en daarna met de twee andere vrijwilligers de bagage aan boord te brengen. Nu het voertuig aldus langer ter plaatse heeft gestaan dan in het licht van de eis van onmiddellijkheid is toegestaan, is er sprake van parkeren. Dat maakt dat de gedraging is verricht.
9. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof vervolgens te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
10. Met alle respect voor de inzet van de betrokkene als vrijwilliger, is het hof van oordeel dat de omstandigheid dat de betrokkene tijdens de overtreding als vrijwilliger fungeerde, geen reden vormt om de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. De betrokkene dient zich als iedere verkeersdeelnemer te houden aan de verkeersregels. Ten aanzien van het voorstel van de betrokkene om het bedrag van de sanctie over te maken naar de rekening van [B] , overweegt het hof dat de wet voor gevallen als de onderhavige geen andere wijze van voldoening van de sanctie kent dan door betaling daarvan aan het CJIB. Gelet hierop kan de sanctie niet worden voldaan door het overmaken van het sanctiebedrag naar de rekening van [B] .
11. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de kantonrechter het beroep van de betrokkene terecht ongegrond heeft verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.