ECLI:NL:GHARL:2020:10060

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 december 2020
Publicatiedatum
3 december 2020
Zaaknummer
Wahv 200.259.134
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 2 WahvArt. 5 Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens niet doorrijden bij groen licht ondanks betwisting

Betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €140 wegens het niet doorrijden bij een groen verkeerslicht op 22 februari 2018 in Amsterdam. Zij betwistte de overtreding en voerde aan dat de ambtenaar geen achtervolging inzette en geen optische signalen gebruikte. Tevens klaagde zij dat de ambtenaar haar staande hield in plaats van een vandaal die een tramhokje vernielde.

Het hof stelde vast dat de ambtenaar de gedraging visueel had waargenomen en dat geen foto- of filmmateriaal beschikbaar was. De verklaring van de ambtenaar was gedetailleerd en overtuigend, waarbij hij aangaf dat betrokkene bleef stilstaan terwijl het verkeerslicht groen was. De betrokkene had mogelijk haar aandacht op haar mobiele telefoon gericht, maar dat deed niet af aan de waarneming van de ambtenaar.

Het hof oordeelde dat de ambtenaar terecht tot staandehouding overging, omdat er een reële mogelijkheid was daartoe, en dat dit geen schending van rechtens te respecteren belangen opleverde. De klacht dat de ambtenaar een andere overtreding niet aanpakte, was juridisch irrelevant. Daarom bevestigde het hof het vonnis van de kantonrechter dat het beroep ongegrond verklaarde.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sanctie van €140 wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.259.134/01
CJIB-nummer
: 214704517
Uitspraak d.d.
: 3 december 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 12 maart 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “niet doorgaan bij groen licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 februari 2018 om 15:43 uur op de Middenweg in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .
2. De betrokkene betwist de gedraging te hebben verricht en voert aan dat de verklaring van de ambtenaar op meerdere punten niet juist is. Zo heeft de ambtenaar niet de achtervolging ingezet en heeft hij geen optische signalen gebruikt. De betrokkene verzoekt om foto- en/of filmmateriaal waarop de gedraging zichtbaar is. Verder merkt zij op dat de ambtenaar ervoor heeft gekozen haar staande te houden en een sanctie op te leggen en daardoor ten onrechte een vandaal heeft laten lopen die een tramhokje vernielde.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: Ik had direct zicht op het verkeerslicht. Ik zag dat het verkeerslicht rood licht uitstraalde. Ik zag dat genoemd voertuig er direct voor stond. Ik zag dat het verkeerslicht kort hierna groen licht begon uit te stralen. Ik zag dat genoemd voertuig stil bleef staan voor het groene verkeerslicht. Ik zag dat het verkeerslicht vervolgens weer rood licht uitstraalde. Ik zag dat de bestuurder nog steeds geen aanstalten had gemaakt om te gaan rijden. Ik heb hierop mijn dienstvoertuig, op de trambaan, parallel aan genoemd voertuig gezet. Ik zag dat de bestuurder haar mobiele telefoon vasthield en aan het bedienen was met twee handen. Ik zag dat zij dit geruime tijd deed. Ik heb vervolgens de bestuurder een stopteken middels het stopbord aan de achterzijde van mijn voertuig gegeven toen ik voor haar reed. Ik zag dat de bestuurder hier geen gehoor aan gaf en om mijn dienstvoertuig heen reed en haar weg vervolgde. Ik heb vervolgens de bestuurder nogmaals een stopteken gegeven middels het stopbord aan de voorzijde van mijn voertuig in combinatie met de blauwe optische signalen. Ik zag dat er vervolgens gehoor werd gegeven aan het stopsteken. (…)
Verklaring betrokkene: Ik ben geoorloofd om mijn mobiele telefoon vast te houden voor het rode verkeerslicht. Het verkeerslicht is helemaal niet op groen gegaan. Het was gewoon rood. Ik ga in bezwaar.”
5. Het dossier bevat, naast voornoemd zaakoverzicht, een aanvullend proces-verbaal van
17 november 2018. In dit proces-verbaal verklaart de ambtenaar - voor zover hier relevant - het volgende:
“Kan ik zeggen dat ik [betrokkene] zeer duidelijk verteld heb dat zij staande gehouden is ter zake het niet doorrijden bij een groen verkeerslicht. Ik heb benoemd dat ik ook gezien heb dat [betrokkene] een mobiele telefoon vasthield. Ik heb ook medegedeeld dat dit niet strafbaar is, zolang zij voor het rode verkeerslicht staat, maar dat zij wel moet doorrijden bij een groen verkeerslicht. [betrokkene] liet duidelijk weten dat zij het hier niet mee eens was. Ik verwijs hiervoor naar haar verklaring op het proces-verbaal. Ik heb haar ook medegedeeld dat het negeren van een stopteken strafbaar is, maar dat zij daarvoor geen proces-verbaal zal ontvangen.”
6. Bij het aanvullend proces-verbaal heeft de ambtenaar een plattegrond van Google Maps (Streetview) gevoegd waarop is aangegeven welke route het voertuig van de betrokkene heeft afgelegd en hoe de ambtenaar is gereden. Daarnaast is aangegeven waar de ambtenaar de betrokkene een stopteken heeft gegeven, waar de betrokkene het politievoertuig heeft ingehaald en waar het voertuig van de betrokkene tot stilstand is gebracht.
7. Het hof stelt vast dat in dit geval sprake is van een visuele waarneming van de gedraging door de ambtenaar. Van de gedraging zijn om die reden geen foto’s of filmbeelden beschikbaar. De visuele waarneming door een ambtenaar kan voldoende grondslag zijn voor de vaststelling dat een gedraging is verricht. In het onderhavige geval volgt uit de uitgebreide verklaring van de ambtenaar dat hij duidelijk zicht had op het verkeerslicht en (het voertuig van) de betrokkene op het moment dat zij stil is blijven staan voor het groen uitstralende verkeerlicht. Dat de betrokkene mogelijk niet heeft gezien dat het verkeerslicht tussentijds groen licht heeft uitgestraald omdat haar aandacht gevestigd was op haar mobiele telefoon, geeft het hof geen aanleiding te twijfelen aan de waarneming van de ambtenaar. Dat de ambtenaar ten onrechte zou hebben vermeld dat hij “de achtervolging inzette” en daarbij optische signalen heeft gebruikt, kan - wat daar ook van zij - buiten beschouwing blijven. Dit doet immers niet af aan de waarneming van de ambtenaar dat de betrokkene niet is doorgereden bij het groen uitstralende verkeerslicht. Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
8. Met betrekking tot het verweer van de betrokkene dat de ambtenaar ervoor heeft gekozen haar staande te houden en een sanctie op te leggen en daardoor ten onrechte een vandaal heeft laten lopen die een tramhokje vernielde, overweegt het hof dat deze omstandigheid - nog daargelaten dat uit de stukken niet volgt dat de ambtenaar de vernieling van het tramhokje heeft waargenomen - niet meebrengt dat de ambtenaar, die een gedraging vaststelt, niet tot oplegging van een sanctie mag overgaan. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt dat de ambtenaar die een gedraging vaststelt tot staandehouding dient over te gaan, tenzij daartoe geen reële mogelijkheid bestaat. De ambtenaar heeft hier deze reële mogelijkheid aanwezig geacht. Niet valt in te zien dat de betrokkene daardoor in haar rechtens te erkennen belangen is geschaad.
9. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.