Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De minderjarige woont sinds juni 2018 bij zijn grootouders, die hem verzorgen en opvoeden. De grootouders waren in eerste aanleg niet als belanghebbenden aangemerkt, maar in hoger beroep wel.
De grootouders voerden aan dat de wettelijke vereisten voor verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing niet meer voldaan waren, omdat de ontwikkeling van de minderjarige niet langer ernstig werd bedreigd en de ouders instemmen met de vrijwillige plaatsing. De gecertificeerde instelling (GI) stelde dat verlenging noodzakelijk was vanwege zorgen over de veiligheid en samenwerking tussen ouders en grootouders.
Het hof oordeelde dat de grootouders inmiddels langer dan een jaar voor de minderjarige zorgen en daarom als belanghebbenden worden ontvangen. Het hof vond echter dat de omstandigheden geen grond boden voor verdere verlenging van de maatregelen. De minderjarige ontwikkelt zich goed bij de grootouders, de ouders kunnen niet voor hem zorgen, en het contact verloopt positief. De GI kon haar standpunt niet onderbouwen met voldoende zwaarwegende incidenten.
Daarom vernietigde het hof het deel van de beschikking dat de verlenging betrof en wees het verzoek tot verlenging af, waarmee de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing met ingang van heden eindigen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing af en beëindigt de maatregelen met ingang van heden.