Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beslissing van de kinderrechter om de uithuisplaatsing van een minderjarige te verlengen tot 23 mei 2020. De moeder is het niet eens met deze verlenging en wil dat haar kind bij haar thuis komt wonen.
Het hof oordeelt dat de verlenging terecht is omdat de ouders, die kampen met een verstandelijke beperking en psychiatrische problemen, onvoldoende verbetering hebben laten zien op meerdere gebieden zoals woonomgeving, financiële situatie en opvoedvaardigheden. De moeder heeft niet voldoende samengewerkt met hulpverlening en heeft niet voldaan aan de gestelde voorwaarden voor terugplaatsing.
Het belang van de minderjarige staat voorop; hij ontwikkelt zich goed in het pleeggezin en heeft behoefte aan een stabiele en veilige omgeving. Het contact met de moeder is beperkt en problematisch. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kinderrechter en verlengt de uithuisplaatsing.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing van de minderjarige tot 23 mei 2020.