ECLI:NL:GHARL:2019:9549

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 november 2019
Publicatiedatum
6 november 2019
Zaaknummer
WAHV 200.257.298
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 2, derde lid, Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor het niet dragen van autogordel ondanks hoge temperatuur

Betrokkene werd beboet voor het niet dragen van een autogordel tijdens het rijden op 29 mei 2018 in Rotterdam. Hij gaf aan dat het zeer warm was (rond de 40 graden) en dat hij door de hitte en de gordel zijn bovenlichaam nauwelijks kon bewegen, waardoor hij de gordel tijdelijk afdeed. Hij erkende de overtreding maar voerde aan dat bijzondere omstandigheden het opleggen van een sanctie niet billijk maakten.

Het hof overwoog dat de gedraging vaststond en dat de wetgever een tariefsanctie heeft vastgesteld die slechts bij bijzondere omstandigheden kan worden gematigd. Het ongemak door de hitte werd niet als een bijzondere omstandigheid gezien. Ook het feit dat geen gevaar voor andere weggebruikers ontstond, rechtvaardigt geen matiging.

De klacht over de bejegening door de verbalisant werd buiten beschouwing gelaten omdat dit niet binnen de procedure valt. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en handhaafde de boete van €140.

Uitkomst: De boete van €140 voor het niet dragen van de autogordel wordt bevestigd.

Uitspraak

WAHV 200.257.298
6 november 2019
CJIB 217246819
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam
van 8 februari 2019
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 23 oktober 2019. De betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

Beoordeling

Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 140,- opgelegd ter zake van “als bestuurder of passagier geen gebruik maken van een autogordel”, welke gedraging zou zijn verricht op 29 mei 2018 om 14:58 uur op de Posthumalaan te Rotterdam met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
De betrokkene ontkent de gedraging niet, maar voert aan dat sprake was van bijzondere omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet billijken. Het was die dag ontzettend warm, rond de 40 graden. De betrokkene was aan het wegsmelten in de auto gedurende ruim een half uur en hij kon zijn bovenlichaam nauwelijks bewegen dan wel draaien in de autogordel. Hij moest lang stilstaan en kon af en toe een klein stukje verder rijden. Onder deze omstandigheden heeft de betrokkene zijn autogordel tijdelijk afgedaan. Hij begrijpt de regel dat je een autogordel moet dragen, maar vindt dat hier ook uitzonderingen op mogelijk moeten zijn. Bovendien heeft hij met de gedraging geen andere weggebruikers in gevaar gebracht. Ter zitting heeft de betrokkene nog aangevoerd dat de verbalisant er lol in had om de boete uit te schrijven. Hij heeft de betrokkene gezegd dat de boete automatisch op de deurmat zou vallen en dit heeft de betrokkene als minachting ervaren.
Voor wat betreft de klacht over de bejegening door de ambtenaar overweegt het hof dat deze vallen buiten de reikwijdte van deze procedure. Het staat de betrokkene overigens vrij om tegen het optreden van de ambtenaar een klacht in te dienen bij de korpschef van het korps waarvan de ambtenaar deel uitmaakt.
De gedraging betreft een overtreding van artikel 59, eerste lid, eerste volzin, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 dat luidt als volgt: "Bestuurders van een personenauto, een bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel en hun passagiers maken gebruik van de voor hen beschikbare autogordel."
5. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging niet ontkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
6. Het hof stelt het volgende voorop. Op grond van artikel 2, derde lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefsmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.
7. Hoewel het hof begrijpt dat het op een ontzettend warme dag onaangenaam kan zijn om voor een lange tijd de autogordel te dragen, vormt dit naar het oordeel van het hof geen bijzondere omstandigheid als vorenbedoeld. Dat de betrokkene met de verweten gedraging geen andere weggebruikers in gevaar heeft gebracht, is ook geen omstandigheid die aanleiding geeft af te wijken van de vastgestelde tarieven. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de wetgever niet afhankelijk gesteld van gevaarzetting. Om die reden kan niet worden gezegd dat de omstandigheden dusdanig zijn dat de sanctie dient te worden gematigd of in zijn geheel achterwege dient te blijven.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof als volgt beslissen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.