ECLI:NL:GHARL:2019:9203
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.L. van der Bel
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- M.H.H.A. Moes
- Rechtspraak.nl
Waardering onderneming en verrekening huwelijkse voorwaarden in hoger beroep
In deze civiele zaak in hoger beroep staat de waardering van de onderneming van de man centraal, als onderdeel van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden tussen partijen. Het hof baseert zich op twee deskundigenrapporten, waarbij het tweede rapport een correctie bevat op een rekenfout in het eerste rapport. Beide partijen hebben gelegenheid gehad om op de rapporten te reageren.
De deskundige hanteert de Adjusted Present Value (APV) methode, een variant van de Discounted Cash Flows methode, om de economische waarde van het aandeel van de man in de onderneming per 31 december 2003 vast te stellen. De waarde wordt bepaald op €61.110, inclusief belichaamde goodwill. Stille reserves en investeringen zijn hierbij betrokken, evenals norminkomens en marktgegevens.
De man betwist de waardering deels, met name de hoogte van de waarde en het norminkomen, maar het hof wijst deze grieven slechts gedeeltelijk toe. De vrouw betwist op haar beurt het tweede deskundigenrapport en de kosten, maar het hof wijst haar verzoeken af. Ook het voorschot van €19.695 dat de man aan de vrouw betaalde wordt als verrekenbaar bedrag erkend.
Uiteindelijk stelt het hof het te verrekenen vermogen van de man vast op €148.486,43 en dat van de vrouw op €8.851,60. Na verrekening resteert een vordering van €50.122,41 ten gunste van de vrouw, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 november 2003. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Utrecht en doet opnieuw recht.
Uitkomst: De man moet aan de vrouw €50.122,41 betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 november 2003.